De Tweede Kamerverkiezingen

Vak:
Maatschappijleer
Thema:
Politiek
Onderwerp:
Landsbestuur

Taken van de Tweede Kamer

Controle en wetgeving

Tweede kamer

De Tweede Kamer heeft twee hoofdtaken. De controlerende en de (mede)wetgevende taak. De Tweede Kamer heeft voor beide taken een aantal middelen die haar de macht geven om die beide taken goed uit te kunnen voeren.

Als medewetgever (mede in de zin van 'samen met de regering') is de Tweede kamer onpasseerbaar: geen enkele wet kan worden ingevoerd zonder de instemming van de volksvertegenwoordiging. Of het nu gaat om nieuwe wetten of om wetswijzigingen.

Recht van medewetgeving

De medewetgeving heeft 2 zijden: meewerken aan de totstandkoming van de wetsvoorstellen door wijzigingen voor te stellen en anderzijds het recht om zelf een wetsvoorstel in te dienen: het recht van initiatief. De kamerleden kunnen zelf initiatiefontwerpen indienen en deze verdedigen in de Tweede Kamer. Lukt het om het wetsvoorstel door de kamer de krijgen, dan dient ook de Eerste Kamer in te stemmen. Daarna is het de regering die ermee in moet stemmen en alleen zij kan het voorstel ook tot wet verheffen.

Regering

Verreweg de meeste wetsvoorstellen komen echter van de regering en deze worden door de Tweede Kamer meestal eerst in kleinere commissies en soms nog uitgebreider in uitgebreide commissievergaderingen besproken, waar ook moties en amendementen kunnen worden ingediend. De eerste besprekingen in commissies worden daar gehouden om te voorkomen dat steeds de voltallige Tweede Kamer zich met 'alles' zou moeten bezighouden. Van de besprekingen in de commissies wordt schriftelijk verslag gedaan wat uiteraard kan leiden tot een bijstelling van het wetsvoorstel. Immers de minister kon in de commissie al merken of er veel of weinig steun was in de verschillende fracties.

Recht van amendement

De Tweede Kamer buigt zich over de eventueel vernieuwde voorstellen na de behandeling in de commissies en zij heeft het recht om veranderingen aan te brengen: het recht van amendement. Zo'n amendement is vaak het resultaat van wekenlange beraadslagingen, waarin de minister ook druk kan uitoefenen door 'het amendement te ontraden' of 'ten sterkste te ontraden'. De minister kan zelfs een 'onaanvaardbaar' uitspreken, waarmee hij te kennen geeft het wetsvoorstel bij eventuele aanvaarding van het amendement terug te trekken. Het kan ook betekenen dat de minister dreigt om weg te gaan bij aanvaarding: de 'portefeuillekwestie'. Dat kan zelfs een domino-effect hebben op de andere ministers die solidair met hem willen zijn en ook (dreigen met) aftreden.

Recht van budget

Voor de controletaak van de Tweede Kamer heeft zij een aantal bevoegdheden die invloed kunnen uitoefenen. Allereerst het 'recht van budget': het recht om de Rijksbegroting, waarvan de vele hoofdstukken in de formele vorm van wetten/wetsvoorstellen worden ingediend, af te keuren. Een ander belangrijke bevoegdheid en controlemiddel is de motie: een formele uitspraak van het parlement waarin een wens of oordeel staat beschreven. De regering is, in tegenstelling tot een amendement, níet verplicht om de motie uit te voeren. Maar in dat geval kan de kamer een 'motie van afkeuring' indienen om de motie meer kracht te geven.

Recht van interpellatie

Het 'recht van interpellatie' en het 'vragenrecht' zijn als rechten benoemd om de ministers alle informatie te laten geven die de Kamer wenst. Bij interpellaties gaat het om zaken die niet op de gewone agenda staan, soms zelfs spoedeisende onderwerpen. Meestal gaan er schriftelijke vragen aan vooraf. De beantwoording kan gepaard gaan met een debat waarin de kamerleden hun eigen opinie kunnen laten horen. Het recht van interpellatie wordt vooral door de oppositie gebruikt. Dit alles in tegenstelling tot het vragenrecht waarin de Kamer meestal op dinsdag de gelegenheid krijgt om vragen te stellen en op het antwoord maar één keer en dan nog in zeer beperkte tijd (2 minuten) kan reageren. Op de schriftelijke vragen dient schriftelijk geantwoord te worden binnen drie weken door de regering.

Recht van enquete

Tot slot het zwaarste controlemiddel dat de Tweede Kamer tot haar beschikking heeft: het 'recht van enquête'. De laatste 20 jaar is daar weer meer gebruik van gemaakt: als de Tweede Kamer wil dat iets tot op de bodem wordt uitgezocht, stelt ze een onderzoek in waarin iedereen verplicht is te verschijnen, onder ede zijn verklaringen moet afleggen (en gestraft kan worden in het geval van meineed). Een minder zware vorm van dit controlemiddel is het 'recht van onderzoek' waarbij de getuigen níet onder ede gehoord worden.