De bètacanon

De Deltawerken

Beschermen Nederland tegen het water

De aangelegde waterkeringen

Op 1 februari 1953 blijkt dat de Nederlandse dijken in Zeeland niet tegen het ruige zeewater zijn opgewassen. Ruim 1800 mensen verdrinken tijdens de watersnoodramp. Omdat dit nooit meer mag gebeuren, worden er direct maatregelen genomen.

Het was niet onbekend dat Zeeland risico liep als er een sterke storm zou ontstaan. Daarom bedacht de ingenieur Johan van Veen van Rijkswaterstaat een plan. Door stukken van het zeewater af te sluiten, zou het in Zeeland veiliger worden. Van Veen had deze ideeën al in 1937, maar door de ramp op 1 februari 1953 werd er nu haast achter gezet.

Deltacommissie

20 dagen na de ramp wordt er daarom een Deltacommissie ingesteld. Deze moet onderzoeken wat er gedaan kan worden om de veiligheid in Zeeland te vergroten. Ook Johan van Veen zit in deze commissie. Hij wordt ook wel gezien als de vader van de Deltawerken.

De commissie moet kiezen. Of alle dijken moeten worden verhoogd, of het zeewater in Zeeland moet afgesloten worden van de zee. Omdat er bijna duizend kilometer dijk verhoogd moeten worden, kiezen ze voor de laatste optie. Uiteindelijk presenteert de Deltacommissie op 8 mei 1958 hun adviezen, die later de Deltawet vormen.

Gevolgen Deltaplan

Door dammen aan te leggen in de zeegaten hoeven dijken in het ‘binnenland’ van Zeeland niet verhoogd te worden. Een gevolg hiervan is dat het zoute water langzaam zoet wordt. Dit zorgt in de tuinbouw voor een positief economisch effect, omdat hier een tekort aan is. Het nadeel van het zoete water is dat het zoutwatermilieu langzaam verdwijnt. In de plaats hiervan ontstaat er een zoetwatermilieu.

Hollandse IJssel

De Haringvlietdam

De Haringvlietdam (bron: beeldbankvenw.nl Rijkswaterstaat)

De eerste stormvloedkering wordt aangelegd in de Hollandse IJssel. Dit is nodig omdat er 1,5 miljoen mensen in het achterliggende gebied, de Randstad, wonen. Een eventuele overstroming betekent een ramp voor de economie. Daarom wordt er al in 1953 begonnen met de bouw. 5 jaar later, in 1958, wordt de 18 miljoen euro kostende kering opgeleverd.

Haringvlietdam

Snel hierna, in 1960, wordt de Zandkreek ingedamd. Het Veerse Gat volgt in 1961 en de Grevelingen wordt in 1965 van de zee afgesloten. Het volgende grote Deltaproject is de Haringvlietdam. Dit zijn 17 sluizen van 60 meter breed en zorgt ervoor dat de eilanden Goerree-Overflakkee en Voorne-Putten (Zuid-Holland) veilig zijn voor het woeste zeewater. De Haringvlietdam is bijna een kilometer lang. Om het te kunnen maken, worden er ongeveer 22000 heipalen gebruikt. Sommige van deze palen hebben een lengte van wel 24 meter! Een jaar hierna wordt ook de Brouwersdam in gebruik genomen.

Oosterscheldekering

Oosterscheldekering

Oosterscheldekering

De Ooterschelde zou in eerste instantie wel ingedamd worden, maar ontstaat komt veel verzet tegen. Het zoutwatermilieu verdwijnt namelijk na indamming. Mede omdat de visserij hier veel last van zou krijgen, wordt voor een andere oplossing gekozen. In 1976 begint de bouw van de Oosterscheldekering. Dit is een dam die alleen dicht hoeft bij extreem hoge waterstanden. Ook zitten er ruim 60 openingen van 40 meter breed in, waardoor het zoute water naar binnen kan stromen. De Oosterscheldekering is klaar in 1986 en kost ruim 2,5 miljard euro.

In de Oosterscheldekering wordt gebruik gemaakt van allerlei kleine dammen. Compartimenteringsdammen worden deze genoemd. Zo kan het water in kleine stukken worden verdeeld, waardoor het gemakkelijker in de hand te houden is. Een ander onderdeel van het Deltaplan is de verhoging van de dijken op de ‘kop’ van Zeeland. Hier komt het zeewater wel rechtstreeks tegen aan en moet dus goed worden beschermd.

Maeslantkering

Maeslantkering (bron: beeldbankvenw.nl Rijkswaterstaat)

In het Deltaplan staat oorspronkelijk dat de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg naar Rotterdam open moeten blijven. Dit komt omdat er anders geen goede verbinding is van de haven van Rotterdam naar de haven van Antwerpen en Gent. Als deze rivieren dicht zouden worden gemaakt, zou het Nederland een hoop geld kosten. In plaats daarvan zullen de dijken worden verhoogd. Maar al snel blijkt dat de dijken in de Nieuwe Waterweg niet hoog genoeg gemaakt kunnen worden om de veiligheid van Zuid-Holland te kunnen garanderen. Daarom wordt er in 1989 een begin gemaakt aan de Maeslantkering. Deze stormvloedkering gaat net als de Oosterscheldekering alleen dicht bij extreem hoge waterstanden. Op 10 mei 1997 wordt de kering voor het eerst gebruikt. De Westerschelde is nog steeds open.