Faseverandering

Stoffen komen voor in drie aggregatietoestanden

IJsblokje

IJsblokje

Zuurstof is een gas, water is een vloeistof en ijs is vast. Gasvormig, vloeibaar en vast. Dit zijn de drie fasen waarin stoffen zich kunnen bevinden. Een ander woord hiervoor is de aggregatietoestand.

Vast

In welke fase een stof zich bevindt hangt af van de plaats en beweging van de moleculen van de stof. Zitten de moleculen netjes naast elkaar en trillen ze alleen een beetje, dan heb je te maken met een vaste stof. Omdat elke molecuul een vaste plek heeft en er niet veel ruimte tussen zit, kun je de vaste stof niet indrukken. Hierbij speelt ook mee dat moleculen van een vaste stof elkaar goed aantrekken.

Vloeibaar

Druppels

Door de aantrekkingskracht van de moleculen blijven de druppels bij elkaar

Deze aantrekkingskracht is bij moleculen van een vloeistof al wat minder. De moleculen zorgen er nog steeds voor dat de stof een geheel blijft (bijvoorbeeld een plas water), maar het is mogelijk om er gemakkelijk iets van weg te nemen. Ook bewegen de moleculen nu langs elkaar. Ze hebben geen vaste plek meer. Wel zitten de moleculen nog steeds dicht op elkaar.

Gasvormig

Bij de aggregatietoestand gas is de aantrekkingskracht tussen de moleculen bijna helemaal weg. Ze bewegen nog wel langs elkaar, maar met grote afstand. Hierdoor hebben ze geen vaste plek meer en is de stof niet meer zichtbaar.

Kook- en vriespunt

Kokend water

Kokend water

De aggregatietoestand verandert per stof bij een bepaalde temperatuur. Bij water (H2O) ligt de overgang van vloeibaar naar gasvorm bij honderd graden celsius. Dit is het kookpunt. Het water verdampt dan en wordt gasvormig. Bij nul graden celsius krijgt het vloeibare water een vaste vorm. Het bevriest. Voor elke stof gelden andere kook- en vriespunten.

Overzicht

Hieronder zie je schematisch hoe de faseveranderingen genoemd worden:

* van vast naar vloeibaar: smelten
* van vast naar gasvormig: sublimeren
* van vloeibaar naar vast: stollen
* van vloeibaar naar gasvormig: sublimeren
* van gasvormig naar vloeibaar: condenseren
* van gasvormig naar vast: rijpen