Geschiedenis van aspirine

Niet één pijnstiller

Een takje van de Mirte

Een takje van de Mirteboom

Eindelijk! De bel gaat. Na zeven lange uren les lijkt het dat je hoofd op springen staat. Gelukkig heb je aspirines bij je. Even doorslikken en je voelt je al snel weer beter.

De eerste pijnstiller ontstond ruim 3500 jaar geleden. Toen kauwden mensen op het blad van de mirte om van hun pijn af te komen. Duizend jaar later ontdekte Hippocrates dat ook het sap uit een wilgenboom de pijn kon stillen. Bij koorts en pijn gaf de grondlegger van geneeskunst het drankje en de patiënt voelde zich snel weer beter.

Kinine

Kinaboom

Kinaboom

Gedurende de tijd wordt het drankje vergeten. In de koloniale tijd gebruikten de Spanjaarden kinine om de pijn te stillen. De Spanjaarden haalden dit bittere sapje uit de bast van de Zuid-Amerikaanse kinaboom. Ook vonden ze het in het midden van ananassen. Maar toen er tijdens een oorlog een handelsembargo met Europa werd ingesteld, kon er geen kinine meer worden aangeleverd.

Aspirin

Er moest noodgedwongen weer gewerkt worden met het wilgenboomsap uit de oudheid. Maar omdat er niet genoeg wilgen waren, gingen onderzoekers aan de slag om de werkzame stof uit het vieze drankje te vinden. Dit bleek salicylzuur te zijn. Uiteindelijk bleek het mogelijk om de stof chemisch te maken. In 1897 ontwikkelde Dr. Felix Hoffmann een acetylsalicylzuur dat goed genoeg was om op de markt te brengen. Het bedrijf waar Hoffmann voor werkte noemde het Aspirin.

Soorten aspirine

Pillen

In korte tijd werd Aspirin erg populair. Iedereen wist dat het hielp tegen pijn en koorts. Maar dat ook ontstekingen ermee geremd konden worden, was nieuw voor de meeste mensen. Tegenwoordig is de naam Aspirin(e) gemeengoed geworden. Je neemt even snel een aspirientje. Maar niet ieder aspirientje is een aspirientje. Er zijn erg veel verschillende pijnstillers, waarvan drie de bekendste zijn: aspirine (acetylsalicylzuur), ibuprofen of paracetamol (para-acetylaminofenol).

Aspirine

De drie pijnstillers lijken op elkaar, maar toch zijn er verschillen. Elke middel heeft bijvoorbeeld andere bijwerkingen. De aspirine heeft er misschien wel het meeste. Sowieso is het niet slim om alcohol te drinken als je pijnstillers neemt. Bij aspirine kun je hiermee kans lopen op maagbloedingen. Ook kun je aspirine niet samen slikken met andere geneesmiddelen, zoals bloedverdunners en insuline. Aspirine verdunt je bloed namelijk al. Hierdoor is het een goed middel voor hartpatiënten. Er is echter geen reden tot paniek, want als je het maar kort gebruikt kan er niet zo veel gebeuren. Gebruik je het langer, dan kun je wel maag- of darmklachten krijgen.

Ibuprofen

Ook deze pijnstiller werkt ontstekingsremmend en verlicht pijn en koorts. Dit middel is pas in 1984 in Amerika goedgekeurd, maar heeft relatief weinig bijwerkingen. Zeker bij matig gebruik komen deze bijna niet voor. Het kan wel gebeuren dat je bij het gebruik van ibuprofen last van je maag krijgt, duizelig wordt en wazig gaat zien. Maar na een tijdje verdwijnen deze klachten vanzelf weer. Toch is te lang te veel ibuprofen gebruiken niet goed. Daardoor kunnen uiteindelijk darm- en maagzweren ontstaan. Ook is slikken in combinatie met alcohol af te raden. Hierdoor kun je last van je maag krijgen.

Paracetamol

Paracetamol is relatief veilig. Er zijn bijna geen bijwerkingen en omdat het snel in je bloed wordt opgenomen, wordt de pijn snel minder. Toch moet je de pijnstiller alleen incidenteel gebruiken, want als je te lang paracetamol gebruikt kun je je lever en nieren beschadigen. Gebruik ook zo min mogelijk alcohol als je paracetamol slikt. Omdat je lever beide stoffen moet afbreken, kan het gebeuren dat het teveel wordt en je lever erdoor beschadigt.