Betrekkelijk voornaamwoord

Die, dat, waar, waarmee

Computer

Computer

Als je iets beschrijft, herhaal je niet telkens hetzelfde woord. Bijvoorbeeld: Ik heb een computer gekocht. Die computer is erg snel. Je zegt eerder: Ik heb een computer gekocht die erg snel is.

Met het betrekkelijk voornaamwoord kun je van die herhaling af. In het voorbeeld hierboven is ‘die’ het betrekkelijk voornaamwoord. Je zou kunnen zeggen dat een persoon of ding dat al eerder genoemd is hiermee beschreven kan worden.

Qui

In het Frans heb je verschillende manieren om dit te doen. Je kunt het onderwerp in de bijzin op deze manier beschrijven. Bijvoorbeeld: Ik heb een computer gekocht. Die computer is erg snel (J’ai acheté un ordinateur. L’ordinateur est très rapide). Dit wordt: Ik heb een computer gekocht die erg snel is (J’ai acheté un ordinateur qui est très rapide). Je ziet dat het woord l’ordinateur verdwijnt en daar qui voor in de plaats komt. Je kunt dit gebruiken om naar een persoon of ding te verwijzen.

Que

Je kunt er ook voor kiezen om het lijdend voorwerp uit de bijzin weg te werken. Bijvoorbeeld: Ik heb een computer in een erg grote winkel gekocht. Je moet die winkel zien. (J’ai acheté un ordinateur dans un très grand magasin. Il faut voir le magasin). Dit wordt : Ik heb een computer in een erg grote winkel gekocht, die je moet zien (J’ai acheté un ordinateur dans un très grand magasin, qu’il faut voir). Je ziet dat ‘le magasin’ uit de zin is gehaald en daar qu’ voor in de plaats is gekomen. Eigenlijk is dat que, maar omdat ‘il’ met een klinker begint, valt de ‘e’ weg.

Je kunt hetzelfde doen met bijzinnen met een plaatsbepaling er in. Voorbeeld: Ik heb de computer in een winkel gekocht. Die winkel is niet ver hier vandaan (J’ai acheté un ordinateur dans un magasin. Ce magasin n’est pas loin d’ici). Door het woord de winkel of ‘ce magasin’ uit de bijzin weg te werken krijg je dit: Ik heb de computer in een winkel gekocht die niet ver hier vandaan is J’ai acheté un ordinateur dans un magasin qui n’est pas loin d’ici). Je ziet dat voor bepalingen van plaats het woord wordt gebruikt.

Dont

Technisch gesproken zou je kunnen zeggen: Ik koop een computer. De installatie van de computer is niet moeilijk (J’achete un ordinateur. L’installation d’ordinateur est simple). In het dagelijks leven doe je dit niet. Je verbindt de twee zinnen met elkaar om het beter te laten lopen. Je krijgt dan: Ik koop een computer waarvan de installatie niet moeilijk is. In het Frans zeg je het zo: J’achete un ordinateur dont installation est simple. Je ziet dat de woorden ‘de’ en ‘l’ordinateur’ vervangen worden door het woord dont. Je kunt dit gebruiken om een zelfstandig naamwoord van de bijzin te vervangen. Je gebruikt dont bij een bijvoeglijke bepaling en het woord ‘de’ of een na een werkwoord en het woord ‘de’.

Ce que, ce qui, ce dont

Het kan zijn dat er geen onderwerp in de zin genoemd staat naar waar verwezen wordt. Dan kun je de betrekkelijke voornaamwoorden qui, que en dont toch gebruiken. Zet er simpelweg het woord ce voor. Dit staat voor het zelfstandig naamwoord dat niet genoemd is. Bijvoorbeeld: Dat wat je hebt gekocht is al betaald (Ce que vous avez acheté est deja payé).