Aanwijzend voornaamwoord

Geeft aan welk woord je bedoelt

Die jongen, dit huis, dat park, deze computer. Korte woorden die voor het zelfstandig naamwoord staan. Het zijn aanwijzende voornaamwoorden. Zij geven aan dat iets wel of juist niet in de buurt is.

Het gaat hierboven om de woorden, die, dit, dat en deze. Ook in het Frans kun je dit soort woorden gebruiken om aan te geven welk huis je nou precies bedoelt en welk meisje dat leuke bloesje draagt. Je noemt ze adjectifs démonstratifs.

Geslacht
Net zoals in het Nederlands staan de aanwijzende voornaamwoorden voor het zelfstandig naamwoord. Anders is dat het Frans rekening houdt met het geslacht van de woorden. Zo krijgt een vrouwelijk woord een andere adjectif démonstratif dan een mannelijk woord.

Mannelijk: ce of cet (ce garçon – die jongen)
Vrouwelijk: cette (cette maison – dat huis)
Meervoud: ces (ces parcs – die parken)

Cet autobus

Gebruik
De keuze uit ce of cet bij mannelijke woorden heeft te maken met de eerste letter van het woord. Is de eerste letter een medeklinker dan kies je voor ‘ce’. Begint het woord met een klinker of een h (de stomme h), dan kies je ‘cet’. ‘Die bus’ vertaal je dus als ‘cet autobus’.

In het meervoud wordt altijd ces gebruikt. Achter een mannelijk zelfstandig naamwoord verschijnt dan ook nog eens een ‘s’. Bij een vrouwelijk woord is dit vaak ‘es’.

Ci en là
Om de afstand van een bepaald woord te kunnen bepalen bestaan in het Frans nog twee hulpmiddelen. De eerste is het woord ‘-ci’ en de tweede is ‘-là’. Is iets erg dichtbij, dan kun je dat benadrukken door het woord ‘-ci’ achter het zelfstandig naamwoord te plakken. Gaat het je om die jongen hier vooraan, dan zeg je: ‘ce garçon-ci’ (deze jongen hier). Is de jongen verder weg, dan plak je ‘-là’ er achter: ‘ce garçon-là’ (die jongen daar).