Het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord in het Frans werkt net iets anders dan in het Nederlands. Hier is het altijd mijn, zijn, haar, uw of jullie. In Frankrijk hangt dat af van het zelfstandig naamwoord dat erbij staat.
Mijn fiets is in het Frans bijvoorbeeld ‘mon vélo’ en mijn schilderij is ‘ma peinture’. Zijn fiets is ‘son velo’ en zijn schilderij is ‘sa peinture’. Als je goed kijkt naar de voorbeelden zie je een groot verschil. In het Nederlands hangt het bezittelijk voornaamwoord namelijk af van het onderwerp, terwijl dat in het Frans wordt bepaald door het zelfstandig naamwoord erna.
Afhankelijk van geslacht
Mijn, jouw, haar, zijn, onze, jullie en uw. Deze woorden gebruiken we in Nederland. Welke je gebruikt hangt af van de eigenaar van bijvoorbeeld de fiets. Is de eigenaar een vrouw, dan is het haar fiets. Bij een man is het zijn fiets. In Frankrijk is het altijd ‘son vélo’. Dit komt doordat het woord vélo mannelijk is. Was het woord vrouwelijk geweest, dan zou je ‘sa’ moeten gebruiken. Zouden er meerdere fietsen zijn, dan zou je ‘ses vélos’ schrijven.
Mogelijkheden
Er zijn per bezittelijk voornaamwoord drie opties. Hieronder zie je ze in een schema.
| Mijn |
Jouw | Haar/zijn | Onze | Jullie/uw | Hun | |
| Mannelijk | mon |
ton |
son |
notre |
votre |
leur |
| Vrouwelijk | ma |
ta |
sa |
notre |
votre |
leur |
| Meervoud | mes |
tes |
ses |
nos |
vos |
leurs |
Let op! Als een vrouwelijk zelfstandig naamwoord begint van een klinker, gebruik je altijd mon, ton of son.
