Vervoeging regelmatige werkwoorden (tt)

De uitgangen van Franse werkwoorden

landkaart van Frankrijk met de regio's

De Franse taal heeft twee soorten werkwoorden. Regelmatige en onregelmatige. Deze eerste groep is de gemakkelijkste, omdat alles volgens bepaalde regels gaat. Bij onregelmatige werkwoorden gaat dat helaas niet op.

Je hebt drie soorten regelmatige werkwoorden. Dat zijn de –er werkwoorden, zoals parler (spreken). Je hebt ir-werkwoorden, zoals choisir (kiezen) en –re werkwoorden. Denk bij deze groep aan vendre (kopen). In het algemeen hebben deze groepen werkwoorden dezelfde uitgangen. Hieronder zie je de verschillen.



-er werkwoorden
-ir werkwoorden
-re werkwoorden
je -e -is -s
tu -es -is -s
il/elle/on -e -it -niets
nous -ons -issons -ons
vous -ez -issez -ez
ils/elles -ent -issent -ent

Uitzonderingen
Sommige werkwoorden eindigen wel op -er, maar zijn net niet helemaal regelmatig. Je ziet hieronder hoe ze moeten worden gespeld.

acheter kopen (toevoeging accent è)
j’achète ik koop
tu achètes jij koopt
il/elle/on achète hij/zij/men koopt
nous achetons wij kopen
vous achetez jullie kopen, u koopt
ils/elles achètent zij kopen

 

préférer de voorkeur geven aan (è)
je préfère ik geef de voorkeur aan
tu préfères jij geeft de voorkeur aan
il/elle/on préfère hij/zij/men geeft de voorkeur aan
nous préférons wij geven de voorkeur aan
vous préférez jullie geven, u geeft de voorkeur aan
ils préfèrent zij geven de voorkeur aan

 

s’appeler heten (verdubbeling l)
je m’appelle ik heet
tu t’appelles jij heet
il/elle/on s’appelle hij/zij/men heet
nous nous appelons wij heten
vous vous appelez jullie heten, u heet
ils/elles s'appellent zij heten

Naast deze vormen bestaan ook nog de passé simple, futur en de conditionel. Deze worden op nog een andere manier vervoegd. Kijk hiervoor in de links.