Zelfstandige naamwoorden worden vaak vergezeld van lidwoorden. Dat kunnen in het Frans drie verschillende zijn. Het onbepaald lidwoord, het bepaald lidwoord en het delend lidwoord.
Fransen gebruiken als bepaalde en onbepaalde lidwoorden: le, la, l’, les, un en une. Lidwoorden zeggen iets over het zelfstandig naamwoord. Dit kan het geslacht zijn van het woord, maar ook de hoeveelheid.
Onbepaald lidwoord
Een onbepaald lidwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord waarvan we niet zeker weten wat het is. In het Nederlands is ‘een’ een onbepaald lidwoord. Het is onbepaald, omdat we niet weten welke stoel we bedoelen als we zeggen: ‘een stoel’ . In het Frans geldt hetzelfde en gebruiken we de lidwoorden ‘un’ en ‘une’. Omdat het Franse woord voor stoel vrouwelijk is, vertaal je het als ‘une chaise’.
Bepaald lidwoord
Een bepaald lidwoord gebruik je als je weet waar je het over hebt. De stoel hier voor je is bijvoorbeeld ‘la chaise’. Mannelijke zelfstandige naamwoorden krijgen het lidwoord ‘le’, woorden die beginnen met een klinker of stomme h krijgen het lidwoord ‘l’’ en bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden staat er ‘la’. Staan zelfstandige naamwoorden in het meervoud, dan plaats je ongeacht het geslacht het lidwoord ‘les’ voor het woord.
Samentrekkingen
In het Frans kunnen er samentrekkingen ontstaan met lidwoorden. De simpelste ontstaan als een lidwoord en ´de (van)´ of ´à (naar)´ achter elkaar worden gebruikt.
Samentrekking met de
de + le = du
Je parle du temps (Ik praat over het weer)
de + l’ = de l’
Je parle de l’autoroute (Ik praat over de snelweg)
de + la = de la
Je parle de la fête (Ik praat over het feest)
de + les = des
Je viens des Pays Bas (Ik kom uit Nederland)
Samentrekking met à
| à + le = au | Je vais au restaurant (Ik ga naar het restaurant) |
| à + l’ = à l’ | Je vais à l’école (Ik ga naar school) |
| à + la = a la | Je rentre à la maison (Ik ga terug naar huis) |
| à + les = aux | Je vais aux toilettes (Ik ga naar de wc) |
Landen
Landen hebben in Frankrijk een vast voortzetsel. Nederland is bijvoorbeeld ‘les Pays-Bas’. Frankrijk is vrouwelijk (la France), de VS is meervoud (les Etats-Unis) en voor Engeland gebruik je l’ (l’Angleterre).
Uitzonderingen
In de regel gebruik je altijd het lidwoord, maar hier is een aantal uitzonderingen op. Bijvoorbeeld na een product. Het is ‘du vin de France’ en niet ‘du vin de la France’. Een andere uitzondering is een titel. De koningin van Engeland heet in het Frans ‘la reine d’Angleterre’ en niet ‘la reine de l’Angleterre’.
Als je ‘in’ of ‘naar’ een land gaat, geldt voor een deel een uitzondering. Naar Nederland is ‘aux Pays-Bas’. Dit is normaal, want eigenlijk ben je ‘à les Pays-Bas’. Dit wordt altijd samengetrokken tot ‘aux’. In of naar Canada is ‘au Canada’. Dit klopt ook, want Canada is mannelijk (à le wordt au). Alleen bij vrouwelijke landen verandert er iets. In of naar Frankrijk is namelijk ‘en France’ en niet ‘à la France’.
