De, het en een. Het zijn lidwoorden die je voor zelfstandige naamwoorden zet. In het Frans bestaan die lidwoorden ook. Alleen doen ze het met le, la, les en l’. In het Nederlands kun je best wijn, speelgoed of computer zeggen. Maar in het Frans niet. Daar moet je er een lidwoord voor gebruiken.
Dit lidwoord noemen de Fransen het l’article partitif. Het delend lidwoord. Wil je kast, speelgoed of computer zeggen, dan moet dat lidwoord ervoor staan. Zo vertaal je het woord “wijn” bijvoorbeeld als “du vin”. “Speelgoed” is “des jouets” en “computer” is “de l’ordinateur”.
Verschillen
Er bestaat dus een verschil tussen “de wijn” en “wijn”. “De wijn” vertaal je namelijk als “le vin” en “wijn” is “du vin”. Juist omdat het Nederlands geen delend lidwoord kent, is dit in het begin even moeilijk. Hieronder zie je de verschillen op een rijtje:
| Lidwoord |
Delend lidwoord |
| le |
du |
| la | de la |
| l' | de l' |
| les | des |
Uitzonderingen
Het delend lidwoord wordt niet gebruikt bij het woord 'de' (van). Een fles water wordt bijvoorbeeld vertaald als: 'un bouteille d'eau' en niet 'un bouteille de l'eau'. Bij een ontkenning gebeurt hetzelfde. Het delend verdwijnt. In plaats daarvan gebruik je 'de'. Het is dan ook 'ce n'est pas de vin' (het is geen wijn). Het geldt ook voor een aanduiding van hoeveelheid. Een fles wijn is 'une bouteille de vin' en niet 'une bouteille du vin'. Staat het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord, dan vervalt het delend lidwoord. 'C'est du vin delicieux' (het is lekkere wijn) is dus goed, maar 'C'est du meilleur vin' (het is de beste wijn) klopt niet. Dit moet zijn 'C'est le meilleur vin'.
