Net zoals in het Nederlands is in het Frans een zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk. In het Nederlands heb je dit niet vaak nodig, maar in de Franse grammatica wel.
Er is niet echt een regel wanneer een woord mannelijk of vrouwelijk is. Het is gewoon een kwestie van uit je hoofd leren. Is een zelfstandig naamwoord mannelijk, dan gebruik je ‘le’ voor het woord de en ‘un’ voor een. De camping wordt dan ‘le camping’. Is het Franse woord vrouwelijk, dan gebruik je ‘la’ of ‘une’. Het huis is dus: ‘la maison’.
Meestal vrouwelijk
Bepaalde woorden hoef je niet uit je hoofd te leren. Een mannelijke leraar is bijvoorbeeld ‘le professeur’, terwijl ‘la professeure’ een vrouwelijke leraar is. Je plakt er dus een ‘e’ achter en het woord is vrouwelijk. Hieruit kun je opmaken dat woorden die op ‘-e’ eindigen, vaak vrouwelijk zijn. Dit geldt ook voor woorden eindigend op '-tion', '-ie', '-tude', en '-té'. Mannelijke woorden herken je wanneer ze eindigen op '-au', '-ment', '-age' en '-isme'. Toch klopt dit niet altijd.
Geen le of la
Als le of la voor een klinker of een stomme h staat, schrijf je l’: l’appartement, l’hôtel.
