Bij het delen werd natuurlijk meteen ontdekt dat het niet altijd paste: 832 / 64 = 13 omdat 64 precies 13 keer in de 832 past. Maar bijvoorbeeld 834 / 64 komt niet zo mooi uit want 64 past niet precies in 834.
In de Oudheid ging het dan gewoon niet en schreef men de getallen als verhouding, als breuk: 834 / 64 ging 13 keer met rest 2, dus 834 / 64 was 13 en nog 2 / 64. Tegenwoordig schrijf je:
Want 2 / 64 is dezelfde verhouding als 1 / 32.
Na verloop van tijd werden breuken als gewone getallen beschouwd waarmee je kunt rekenen.
Bron: Math4all
