Als je een onderzoek doet heb je op een bepaald moment erg veel getallen. Dat kan vervelend zijn, want je kunt al snel niets meer zeggen over het onderzoek. Daarom bestaan centrummaten als gemiddelde, meridiaan en modus.
Gemiddelde
Het gemiddelde is een simpele manier om iets te zeggen over een groot aantal getallen. Je telt alle getallen bij elkaar op en deelt het door de hoeveelheid getallen die je hebt. De uitkomst zegt je wat het gemiddelde is.
Maar juist omdat het gemiddelde een gemiddelde is, is dit niet altijd een goede manier om een verzameling cijfers mee uit te leggen. Als voorbeeld nemen we zakgeld. Het kan zijn dat een kind 1 euro zakgeld en een ander kind 10 euro zakgeld per week krijgt. Gemiddeld krijgen ze dus 5,50 euro zakgeld (1+10=11 gedeeld door 2 is 5,50). Maar deze 5,50 euro ligt erg ver weg van de 1 en de 10 euro die ze daadwerkelijk krijgen.
Mediaan
De mediaan is misschien een betere optie. Het lijkt een beetje op het gemiddelde maar is toch net anders. De mediaan is het middelste getal als alle gegevens op volgorde achter elkaar worden gezet. In het voorbeeld van het zakgeld: Er zijn vijf kinderen. Twee kinderen krijgen 1 euro zakgeld, een krijgt 3 euro, een 6 euro en het laatste kind krijgt 10 euro. De mediaan vind je dus door deze getallen achter elkaar te zetten en de middelste er uit te halen ( 1 1 3 6 10). De mediaan is in dit voorbeeld dus 3 euro.
Bij oneven getallen is het niet moeilijk om de mediaan te selecteren, maar bij even getallen is dat het wel. Er is namelijk geen middelste getal. Daarom worden de twee middelste getallen genomen en daarvan het gemiddelde berekend (Bij honderd getallen neem je dus getal 50 en 51 en deelt deze door twee).
Modus
Ook de mediaan hoeft niet altijd de beste centrummaat te zijn. Als er heel veel lage getallen zijn en maar een paar erg hoge, zul je als mediaan waarschijnlijk een laag getal vinden. Om dit probleem op te lossen, kies je voor de modus. Dit is het getal dat het meeste voorkomt in het rijtje.
Ook hier kun je tegen problemen aanlopen. Als er bijvoorbeeld twee getallen zijn die het vaakst voorkomen, is er geen modus. Een ander probleem is dat als alle getallen vaak voorkomen en het hoogste getal een keer vaker, dat het hoogste getal dan de modus is.
