Drugsverslaving

Van experiment naar verslaving

De meeste jongeren die experimenteren met roken, alcohol, drugs of gokken zijn niet verslaafd.

Dat wil zeggen dat ze hun gebruik nog redelijk in de hand kunnen houden. Ze kunnen echter wel problemen hebben die met het gebruik samenhangen.

Problemen

Het gebruik kan bijvoorbeeld een reactie zijn op problemen die jongeren niet zelf kunnen oplossen, zoals spanningen thuis, problemen op school of geen vrienden kunnen maken. Vaak is er sprake van een combinatie van meerdere factoren.

Experimenteren

Andere redenen voor gebruik zijn: nieuwsgierigheid, stoer doen of bij een bepaalde vriendengroep willen horen.
De meeste jongeren experimenteren met verschillende genotmiddelen. De voordelen worden afgewogen tegen de eventuele risico's. Alcohol wordt door jongeren het meest gebruikt, vooral bij het uitgaan. Soms gaat het om grote hoeveelheden.

Blowen

Ook met blowen wordt door jongeren veelvuldig geëxperimenteerd. Door drinken en blowen kunnen problemen ontstaan bijvoorbeeld met de gezondheid; zich niet lekker voelen, te weinig slaap krijgen, oververmoeidheid zijn, ongeconcentreerdheid en gedragsproblemen thuis en op school.

Je raakt niet van de ene dat de andere dag verslaafd. Dat gebeurt geleidelijk. Grofweg zijn er verschillende fases te herkennen.

Fases

Eerst zal er helemaal geen sprake zijn van gebruik, maar dat verandert vaak door nieuwsgierigheid. Jongeren merken op dat leeftijdsgenoten en ouders soms genotmiddelen gebruiken en gaan nadenken of ze zelf misschien ook zouden willen gebruiken. Dan proberen ze middelen uit om te kijken wat het effect ervan is. Soms is dat eenmalig, soms vaker.
Het kan ook zijn dat jongeren gaan doen aan sociaal gebruik en gebruiken dan een middel met vrienden bijvoorbeeld op een feestje, maar komen hier niet mee in de problemen.
Als ze op een moment komen dat ze hun problemen tijdelijk willen vergeten, schieten ze meestal door in het gebruiken van een middel.

Verslaving

Door vaker en meer gebruik is er een zeer grote onweerstaanbare behoefte aan een stof of aan een bepaald gedrag. Er treedt dan verslaving op. Verslaving heeft een lichamelijke en een geestelijke component. Er zijn middelen die beide verschijnselen met zich meebrengen maar dat hoeft niet persé.
We spreken van lichamelijke afhankelijkheid, als het lichaam protesteert wanneer met gebruik van een middel wordt gestopt (ontwenningsverschijnselen). Geestelijke afhankelijkheid houdt in dat de gebruiker het idee heeft niet goed te kunnen functioneren zonder het middel en dus steeds opnieuw het middel wil gebruiken.