Koolhydraten, vetten en eiwitten zijn de leveranciers van energie. Maar ze leveren niet allemaal dezelfde hoeveelheid energie.
Koolhydraten leveren net zoals eiwitten 17 kiloJoule per gram. Vet levert meer dan het dubbele: 38 Kj.
Koolhydraten
Sporters halen energie uit langzaam verteerbare koolhydraten, wat omgezet wordt in glucose. Glucose is de belangrijkste energiebron voor de spieren. In de spieren en in de lever zit een voorraad koolhydraten opgeslagen in de vorm van glycogeen (een keten van glucose-moleculen). Deze voorraad kan, afhankelijk van hoe getraind je bent, tot zo'n twee uur energie leveren. Brood, pasta, rijst en aardappelen zijn goede koolhydratenleveranciers.
Vetten
Vet is een energiebron: in je lichaam is zelfs bij een laag vetpercentage voor uren energie aan vet opgeslagen. Maar vetten verlaten het maagdarm-stelsel minder snel en de omzetting van vet naar glucose kost veel tijd en zuurstof. En glucose is wat de spieren willen.
Eiwitten
Voor de weefselopbouw, groei, ontwikkeling en opbouw van hormonen en enzymen zijn eiwitten van belang. Als energiebron zijn ze niet efficiënt. Het lichaam zal bij een tekort aan energie uit de voeding als laatste energie halen uit de eiwitten. Dit is ook niet gewenst: je eet je spieren op. Teveel aan eiwitten uit de voeding verbrand je als energie of sla je op als vet. Magere vlees, magere zuivelproducten, eieren, noten, bonen zijn goede leveranciers van eiwitten.
Alcohol
Ook alcohol levert energie, namelijk 30 kJ per gram alcohol. En daar komt de energie uit de suikers in de drank nog bij. Het drinken van alcohol kan bovendien de eetlust aanwakkeren. Wanneer bij de borrel zoutjes, chips en andere hartige hapjes gegeten worden, loopt het aantal calorieën uiteraard verder op. Deze energie komt bovenop wat het lichaam toch al binnen krijgt.
Overbodig
Alcohol onttrekt water aan het lichaam. Daardoor kan de aanvulling van vocht in het lichaam na training of wedstrijd in gevaar komen. Alcohol heeft als voedingsstof geen waarde, het bevat geen nuttige stoffen. Het is zelfs giftig. Het lichaam wil het daarom zo snel mogelijk kwijt en verbrandt het. Daardoor wordt de verbranding van andere energiebronnen, met name vet, onderdrukt. Het vet dat overblijft wordt opgeslagen. Dit gebeurt met name in de buik (de beroemde 'bierbuik'). Bij deze vorm van vetverdeling treden vaker aandoeningen op als hart- en vaatziekten, diabetes en galstenen.

