Onder alternatieve geneeswijzen vallen alle therapieën, behandelingen en geneesmiddelen waarvan de geneeskundige werking niet wetenschappelijk is bewezen. Alternatieve geneeswijzen worden ook wel ‘niet-conventionele geneeswijzen’ genoemd.
Deze geneeswijzen worden doorgaans niet aan medische faculteiten of andere officiële, zogenaamde paramedische, opleidingen gedoceerd. Voorbeelden van alternatieve geneeswijzen zijn: homeopathie, haptonomie, osteopathie, chiropraxie, accupunctuur en reiki.
Wet Uitoefening Geneeskunst
Alternatieve geneeswijzen kennen een lange traditie en worden al eeuwenlang toegepast. In 1865 werd in Nederland de Wet Uitoefening Geneeskunst (WUG) ingevoerd. De WUG maakte het uitoefenen van geneeskunst door onbevoegden strafbaar en zorgde zo voor een onderscheid tussen de ‘reguliere’ en de ‘alternatieve’ geneeskunst. In 1993 werd de WUG vervangen door de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG).
Beroepen Individuele Gezondheidszorg
Met de invoering van de Wet BIG kwam het absolute verbod op de onbevoegde uitoefening van de geneeskunde te vervallen. Volgens deze wet mogen alternatieve genezers, zonder dat ze hiervoor een formele bevoegdheid hebben, hun beroep uitoefenen. Wel zijn er de zogeheten ‘voorbehouden handelingen’ die alleen door artsen en ander medisch geschoold personeel mogen worden uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn medicijnen voorschrijven, opereren en injecteren. Artsen mogen alle voorbehouden handelingen uitvoeren. Tandartsen en verloskundigen mogen de voorbehouden handelingen uitvoeren die bij hun beroep horen.
Deskundigheid en kwaliteit
Zorgverleners uit 8 beroepsgroepen kunnen zich inschrijven in het zogeheten BIG-register. Dit register is opgericht op grond van de Wet BIG en registreert naast de officieel erkende zorgverleners ook hun eventuele beperkingen in bevoegdheid. De deskundigheid van de geregistreerde zorgverleners is hiermee voor iedereen herkenbaar. Alternatieve genezers staan niet in het BIG-register. Zij regelen hun kwaliteit zelf.

