Verdrinking gebeurt niet alleen bij mensen of kinderen die niet kunnen zwemmen. Als je zwemt in koud water, kun je ineens kramp krijgen waardoor je niet boven water kunt blijven. Dan zou je zomaar kunnen verdrinken. Maar niet als je op tijd de juiste hulp krijgt.
Onder water krijg je geen lucht, waardoor je hersenen geen zuurstof krijgen. Daardoor raak je bewusteloos. Als iemand dreigt te verdrinken kun je hem helpen met de volgende stappen:
Hulp bij verdrinking
1. Haal de drenkeling uit het water.
2. Laat de hulpverlener op de kant helpen of help zelf.
3. Controleer de ademhaling door de kin op te tillen.
4. Laat zo snel mogelijk een ambulance alarmeren.
5. Maak de mond van de drenkeling schoon en leeg.
6. Breng het hoofd van de drenkeling achterover (kinlift):
7. Knijp de neus dicht.
8. Haal eerst zelf adem.
9. Plaats jouw mond over de mond van de drenkeling.
10. Blaas je adem in de mond van de drenkeling.
11. Kijk schuin naar de borstkas van de drenkeling: komt die omhoog?
12. Neem je mond van de mond van de drenkeling.
13. Zakt de borstkas weer naar beneden?
14. Nu weer zelf inademen.
15. Blijf herhalen tot deskundige hulp het overneemt.
Mond-op-mondbeademing
Je kunt mond-op-mond of mond-op-neus beademen. Volwassenen mag je 12 keer per minuut (1 keer per 5 seconden) beademen. Kinderen mag je 20 keer per minuut (1 keer per 3 seconden) beademen met wat minder lucht. Tel voor de zekerheid maar als volgt: eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig, inademen (jij ademt diep in), beademen (jij beademt het slachtoffer).
Als mensen echt verdrinken, dan is het niet zo dat er water in de longen zit. Ook de bloedsomloop blijft meestal nog een lange tijd langzaam werken. Soms kunnen drenkelingen na 45 minuten nog gered worden als snel met beademen wordt gestart. Er is dan ook altijd hartmassage en andere medische hulp nodig.
