Veilig op weg

Zolang je gas geeft, gaat een auto vooruit. Als je het gas loslaat, gaat de auto steeds langzamer rijden en weer stil staan. Een rijdende auto ondervindt namelijk wrijving.

Rolwrijving

De wrijving tussen banden en wegdek heet de rolwrijving. Op een zandweg is de wrijving bijvoorbeeld groter dan op een asfaltweg. In los zand moet de motor meer kracht leveren om eenzelfde snelheid te bereiken. Wrijving werkt de beweging tegen.

Wrijving is nodig

Je zou dus denken: hoe minder wrijving, hoe beter. Maar als er bijna geen wrijving is, dan slipt het wiel en kom je niet vooruit. Wrijving is dus niet alleen lastig, maar ook nodig om jezelf af te kunnen zetten op het wegdek.

Luchtwrijving

Een 2e soort wrijving die een rijdende auto tegenwerkt is de luchtweerstand. Als je vooruit wilt, dan moet je als het ware steeds lucht wegduwen en daar heb je kracht voor nodig. De luchtweerstand hangt niet af van het soort wegdek waarop je rijdt, maar wel van de snelheid waarmee je rijdt en de vorm van je voertuig.

Netto kracht

De kracht van de motor via de wielen zorgt ervoor, dat de snelheid toeneemt. Rolwrijving en luchtweerstand zorgen ervoor dat de snelheid afneemt. Die krachten werken elkaar dus tegen. De verschillende krachten kunnen we net als in een rekensom optellen en aftrekken. Die uitkomst noemen we de netto kracht.

Remweg

In het verkeer is het belangrijk dat een auto op tijd stil staat. Tijdens het remmen schiet de auto altijd een eind door. De afstand die je dan aflegt noemen we de remweg.

ABS

Ook al rem je voor 90% met de voorwielen, slippen kun je niet altijd voorkomen. Daarom hebben veel auto’s ABS: een Anti Blokkeer Systeem dat voorkomt dat de wielen blokkeren. Tijdens het remmen meet een computer voortdurend of de wielen nog draaien. Als één van de wielen dreigt te blokkeren, vermindert de computer heel kort en snel de remkracht om meteen daarna weer met volle kracht opnieuw te remmen.