Manieren van leren

Lezen en bekijken, beluisteren of experimenteren

leerling is een beeld van "de Denker" aan het hakken en zegt dat hij een beelddenker is

Wat voor leerling ben jij?

We onderscheiden hier drie soorten leerlingen: de auditieve, de beelddenker en de doener.

Auditief : de luisteraar
De meer auditief ingestelde leerling denkt vooral in geluiden. Als hij zijn gedachten overbrengt aan anderen praat hij meestal langzaam, ritmisch en melodisch. Hij leert het makkelijkst van het gesproken woord, van verhalen, van muziek. Vaak is het voor hem moeilijk om visuele informatie op te nemen en om dingen in hun verband te zien.

Visueel: de beelddenker
Een meer visueel ingestelde leerling denkt vooral in plaatjes, die vorm, kleur en afstand bezitten. Deze leerling leert vooral door visuele informatie. Hij / zij moet dingen eerst zien om ze te kunnen begrijpen en doen. Het is gemakkelijk voor hem om zichzelf in zijn plaatjes te zien, om als het ware naar zichzelf te kijken. De in plaatjes denkende persoon kan gemakkelijk associëren en is vaak een snelle prater. De keerzijde is dat hij moeite heeft om gesproken informatie op te nemen, daarbij moeite heeft om dingen goed aan te voelen.

Kinesthetisch: de doener
De meer kinesthetisch ingestelde leerling creëert ideeën, herinneringen en voorstellingen uit beweging, emotie en het gevoel van fysieke aanraking. Als hij zijn gedachten onder woorden brengt praat hij vanuit deze emoties en bewegingen. Door te doen leert hij ervaren, leert hij ook aanvoelen of het goed is wat hij doet. Hij kan moeilijk visuele en gesproken informatie opnemen en heeft soms moeite om zaken te overzien of onder woorden brengen.