Leestekens

Punten, komma’s en andere interpunctie

logo ntr met dubbele punt en daarachter 'informatie'

Een dubbele punt staat ergens voor, in dit geval voor 'informatie'.

Heb je wel eens een tekst gelezen zonder punten of komma’s? Dat leest voor geen meter. Om de leesbaarheid en begrijpelijkheid van een tekst te vergroten, gebruiken we leestekens.

Punten en komma’s gebruik je waarschijnlijk zonder erbij na te denken. Maar wanneer gebruik je eigenlijk een dubbele punt en wanneer een puntkomma? En hoe zit het eigenlijk met aanhalingstekens?

Dubbele punt

We schrijven een dubbele punt als er een citaat volgt of een zin of zinsdeel dat dient ter opheldering van het voorafgaande.

  • Geert riep: ‘Ik word gedemoniseerd!’
  • Twee kamerfracties kwamen op de barbecue niet opdagen: die van de Dierenpartij en die van de Saladepartij.


De zin of het zinsdeel na de dubbele punt begint met een hoofdletter indien er sprake is van een citaat, zoals hierboven. Ook wanneer er een opsomming volgt van meerdere volledige zinnen, beginnen deze met een hoofdletter.

  • De volgende afspraken waren vooraf gemaakt:
  • -Niemand klapt uit de school over de herkomst van het vlees.
  • -Iedereen houdt tot elf uur zijn handjes thuis.


In alle andere gevallen volgt er na de dubbele punt geen hoofdletter.

  • Drie zaken spelen een belangrijke rol in Freds leven: drank, vrouwen en eten.
  • Eén ding staat vast: bunkeren kan hij wel.

 

Puntkomma

Een puntkomma wordt geplaatst tussen 2 zinnen. Dit leesteken sluit de eerste mededeling af en kondigt aan dat de mededeling daarna er nauw verband mee houdt. De waarde van de puntkomma ligt ergens tussen die van de punt en de komma; er volgt geen hoofdletter op.

  • Jan Peter was wel op tijd, Jaap niet; die had pech met z’n lelijke eend.
  • Iedereen is welkom; toch hoop ik dat bepaalde personen niet komen opdagen.

Na een puntkomma komt alleen hoofdletter indien er een eigennaam op het leesteken volgt.

  • Iedereen is welkom; Maxime wordt echter geacht weg te blijven.

 

Aanhalingstekens

Om letterlijk te citeren worden enkele of dubbele aanhalingstekens gebruikt.

  • Het kamerlid zei: ‘Mevrouw, u bent knettergek.’
  • De minister repliceerde gevat: “Nee hoor, ik ben knetterstoned.”
Wanneer een woord niet in de gewone betekenis gebruikt wordt, kunnen we ook een beroep doen op enkele aanhalingstekens.
  • De minister distantieerde zich van haar ‘ongehoorzame’ ambtenaren.
Ook wanneer de betekenis van een woord of uitdrukking omschreven wordt gebruiken we enkele aanhalingstekens.
  • Het woord coulrofobie betekent ‘overdreven angst voor clowns’.