Het is belangrijk om een duidelijke structuur in je tekst aan te brengen. Lezers zullen je tekst dan beter snappen. Hierdoor is de kans groter dat ze de hele tekst zullen lezen.
De inleiding, kern en slot van de tekst moeten direct herkenbaar zijn. Als dit niet zo is, begint de lezer al met vragen. Dat is niet handig, want hij of zij is degene die bepaalt of de tekst gelezen wordt. Als de lezer de tekst niet leest, zul je het gestelde communicatiedoel nooit halen (het doel dat je met de tekst wilde bereiken).
Overzichtelijkheid
Herkenbaarheid is dus belangrijk. Daarom moeten inleiding, kern en slot door middel van witregels gescheiden worden. De lezer weet dan precies wat waar staat. Maar met alleen het aanbrengen van witregels ben je er nog niet. Je moet er ook voor zorgen dat de inleiding, de kern en het slot voldoen aan de structuurfuncties die ze hebben in een tekst.
Inleiding, kern en slot
Een inleiding moet het onderwerp van de tekst duidelijk maken en geeft aan welke structuur de rest van de tekst heeft. Dit is een erg belangrijk onderdeel, want hier bepaalt je lezer al of de tekst interessant genoeg is om te lezen. Er is dus een grote kans dat de lezer hier afhaakt. Daarom moet de inleiding zo prikkelend mogelijk zijn.
De kern heeft als functie om de informatie op een overzichtelijke manier over te dragen. Let er hier op dat je niet teveel om de feiten heen draait. Je lezer zal stoppen met lezen als hij of zij het wollige taalgebruik niet snapt. Probeer daarom helder te zijn en niet al te uitgebreid te schrijven.
Als je het eenmaal voor elkaar hebt gekregen dat de kern van je tekst gelezen is, zal de lezer het einde ook graag willen weten. Daarom hoef je in het slot geen nieuwe informatie meer te verwerken. Hier vind je alleen nog een samenvatting of een conclusie.
Mogelijkheden
Er zijn veel mogelijkheden om de informatie in een tekst te ordenen. De belangrijkste mogelijkheden zijn:
* de vraag/antwoorden-structuur: in deze structuur geef je een aantal verschillende antwoorden op één vraag, eventueel aan de hand van een aantal deelvragen;
* de probleem/oplossingen-structuur: in deze structuur geef je een aantal verschillende oplossingen voor één probleem;
* de stelling/argumenten-structuur: in deze structuur behandel je een aantal argumenten bij één stelling;
* de voordelen/nadelen-structuur: in deze structuur behandel je de voor- en nadelen van iets;
* de aspectenstructuur: in deze structuur behandel je een aantal losstaande kanten van een onderwerp (bijvoorbeeld: techniek, kleding, veiligheidsmaatregelen in een artikel over surfen)
* de tijdstructuur: in deze structuur behandel je een onderwerp chronologisch of kijk je vanuit een bepaalde situatie terug naar een vroegere en latere vergelijkbare situaties
Indeling
In het onderstaande schema zie je hoe de indeling van de tekst per structuurmogelijkheid kan verschillen:
