Tekstschema´s maken

Een manier van samenvatten

Een foto van een notitieblok met gelinieeerd papier, een pen en een potlood.

Een samenvatting bestaat uit de belangrijkste onderdelen van een tekst. Hierbij is het de kunst om de hoofdgedachte met zo min mogelijk woorden op te schrijven. Een goede manier hiervoor is een schema.

Schema´s kunnen een samenvatting erg kort en leesbaar maken. Maar pas op! Als het schema te ingewikkeld wordt, zie je door de bomen het bos niet meer. Gebruik dus niet hele zinnen, maar kies alleen de belangrijkste termen.

Koppeling
Een tekst bestaat uit verschillende alinea´s. Om een tekst 1 geheel te laten worden koppelt de schrijver ze. Hier kan hij verschillende redenen voor hebben. Soms is dat om iets uit te leggen en een andere keer wil de schrijver iets beargumenteren. Maar hij kan bijvoorbeeld ook een tegenstelling laten zien.

Symbolen
Deze verbanden zijn belangrijke onderdelen van de tekst. Om deze in een samenvatting niet verloren te laten gaan, kun je er speciale tekens voor gebruiken. Spreek bijvoorbeeld met jezelf af dat een pijl --> staat voor oorzaak en gevolg. Een is-gelijk-teken = kun je voor een vergelijking gebruiken en een is-niet-gelijk-teken staat bijvoorbeeld voor een tegenstelling. Hiernaast is het slim om in jouw schema ook gebruik te maken van opsommingstekens (cijfers of sterretjes *) en witregels. Wees niet bang om ruimtes wit te laten; dit komt de leesbaarheid van je schema alleen maar ten goede.

Bij vakken als aardrijkskunde is het slim om de definities van belangrijke termen goed op te laten vallen. Onderstreep bijvoorbeeld de gedefinieerde term en zet iets als ‘def’ in de kantlijn. Zo vind je de definities later snel terug. Je bespaart jezelf een hoop gezoek.

Driekolommenschema

Voorbeeld van een driekolommenschema

Door al samenvattend de belangrijkste dingen voor jezelf op een rijtje te zetten, ontstaat er vanzelf een soort schema. Je kunt ook andersom werken. Je maakt eerst een schema en dat vul je in door samen te vatten. Dit schema bestaat uit drie kolommen.

Je begint met het formuleren van een hoofdgedachte voor iedere alinea. Deze zet je onder elkaar in de eerste kolom. Bekijk nu welke alinea’s bij elkaar horen en probeer hier nu ook een gezamenlijke hoofdgedachte voor te formuleren. Deze plaats je onder elkaar in de tweede kolom achter de betreffende alineakolommen.

Als je voor elke groep alinea’s een hoofdgedachte hebt geformuleerd, kun je naar de algemene hoofdgedachte van de tekst toe. Probeer deze te bedenken aan de hand van de hoofdgedachten die je net hebt geformuleerd in de tweede kolom. Schrijf deze op in de derde kolom. Je hebt nu de tekst samengevat en geschematiseerd.