Een interview is vraaggesprek dat je houdt om iets te weten te komen. Dit geldt als een aanvulling op je gedane onderzoek. Het kan nooit zo zijn dat je het interview als enige informatiebron hebt. Bedenk dat journalisten vaak de regel “een bron is geen bron” gebruiken.
Voordat het zover is, moet je jezelf goed voorbereiden. Degene die geïnterviewd wordt, maakt daarvoor vaak speciaal tijd vrij. Je kunt het daarom niet maken om er met de pet naar te gooien. Om goed beslagen ten ijs te komen moet je jezelf de volgende vragen stellen: wat wil ik met het interview bereiken? En welke vragen stel ik tijdens het interview?
Voor het interview
Een interview hou je nooit zomaar. Bedenk goed welke informatie je nodig hebt. Wil je een persoonlijk verhaal horen van iemand die echt met jouw onderwerp te maken heeft? Of kun je bepaalde informatie niet vinden in je andere bronnen en hoop je het op deze manier te achterhalen? Als je een goede reden bedacht hebt, kun je iemand benaderen voor een vraaggesprek.
De vragen
Op grond van het doel van je interview en de informatie die je reeds verzameld hebt, stel je vooraf een lijst op van vragen die je in ieder geval wilt stellen. Dit zijn de hoofdvragen. Bedenk over elk onderwerp een hoofdvraag. Deze vraag kun je vaak weer uitsplitsen in deelvragen. Het is belangrijk dat je hierin een goede structuur aanbrengt. Een interview is namelijk een gesprek. Spring je van de hak op de tak, dan raakt je geïnterviewde in de war en krijg je niet alle informatie.
Soorten vragen
Je kunt twee soorten vragen onderscheiden. Dat zijn open en gesloten vragen. Bij een gesloten vraag kan er alleen ja of nee geantwoord worden. Je dwingt je gesprekspartner tot een kort antwoord. Een open vraag is – zoals de naam – open. De geïnterviewde kan zo een verhaal vertellen. Gesloten vragen zijn vooral geschikt om korte, feitelijke informatie boven tafel te krijgen; open vragen zijn geschikt om meningen, uitgebreide beschrijvingen e.d. uit te lokken.
Doorvraag
Eigenlijk bestaat er nog een soort vraag. De doorvraag. Deze stel je als je vindt dat iemand niet goed genoeg antwoord op heeft gegeven. Je kunt ze dus niet van te voren bedenken. Dit zijn vragen als "hoezo?" of "waarom?" en "hoe zit dat?". Deze vragen horen niet bij je voorbereiding; je moet er wel bedacht op zijn om ze te stellen.
Helderheid
Zorg dat je vragen duidelijk zijn. Je hebt vaak niets aan een antwoord op een onduidelijke vraag. Let daarom op de volgende punten:
- Gebruik geen moeilijke woorden in de vragen
- Gebruik geen woorden met meerdere betekenissen in de vragen
- Vermijd woorden met positieve of negatieve bijbetekenissen
- Stel de vragen in actieve en tegenwoordige tijd
- Maak zo min mogelijk vragen met bijzinnen
- Stel altijd maar een vraag tegelijk
