In een restaurant kan de juiste verlichting voor een gezellig sfeer zorgen. Bij een concert draagt verlichting bij aan een spetterende show. Een lichttechnicus zorgt voor speciale effecten door te werken met de lichtsterkte en met verschillende kleuren.
Wit licht is samengesteld uit allerlei kleuren. Dat zie je bij een regenboog. Dan wordt het witte licht van de zon gescheiden in de kleuren waaruit het bestaat. Dit wordt ook wel het spectrum van zonlicht genoemd.
Lichtbronnen
Alle voorwerpen die licht uitstralen worden lichtbronnen genoemd. De belangrijkste lichtbron is de zon. Maar ook kaarsen, lampen en vuur zijn lichtbronnen. Kaarslicht heeft veel rood, oranje en geel in het spectrum. Tl-licht heeft meer blauw in het spectrum. Kaarslicht wordt daardoor 'gezelliger' ervaren.
Voorwerpen die geen licht uitstralen kunnen we alleen zien, wanneer ze licht reflecteren. Wanneer een voorwerp geen licht reflecteert zien we het als zwart. Gras ziet er voor ons groen uit, omdat alleen de groene kleur gereflecteerd wordt.
Kleuren zien
In ons oog liggen lichtgevoelige cellen waarmee we kleuren kunnen zien: de kegeltjes. Er zijn drie verschillende soorten. Met de eerste kunnen rood waarnemen, met de tweede groen en met de derde blauw. Als bijvoorbeeld groen licht ons oog binnen komt, reageert het kegeltje dat gevoelig is voor groen. Als geel licht ons oog binnen komt, worden de groene en rode kegeltjes geprikkeld. Bij wit licht worden alle drie soorten kegeltjes geprikkeld.
Primaire kleuren
Met kleurenfilters kun je het licht verschillende kleuren geven. Als je een blauw filter voor wit licht houdt, wordt alleen het blauwe licht door gelaten. Wanneer je een rode, een groene en een blauwe spot hebt, kun je alle andere kleuren maken. Je moet dan het sterkte van deze drie kleuren variëren. Rood, groen en blauw licht worden de primaire kleuren genoemd. Een rode en een groene spot geven samen geel licht. Door rood, groen en blauw in gelijke verhoudingen te mengen zie je wit licht. Zelfs je televisie werkt volgens dit principe!
