Radar

Het wordt veel gebruikt bij de snelheidscontrole

snelheidscontrole

Je hebt vast wel eens een flitskast naast de weg zien staan. Deze werkt door middel van een radarsysteem. Radar (RAdio Detection and Ranging) is een systeem dat door middel van uitzenden en weer opvangen van weerkaatste radiostraling de snelheid en positie van voorwerpen kan bepalen.

Radar wordt veel gebruikt bij de snelheidsmeting in het verkeer. In deze toepassing is sprake van een compleet meetsysteem. Maar radar heeft meerdere toepassingen. Denk aan onderzeeboten die door straling uit te zenden kunnen zien waar ze varen. Dit zelfde geldt voor vliegtuigen in de lucht. Doordat de straling tegen een vliegtuig botst, weet het andere vliegtuig dat hij niet alleen in de lucht zit.

Radiogolven

Radar werkt met radiogolven met een golflengte van pakweg tien centimeter. De frequentie is ongeveer drie GHz en de snelheid is die van het licht, dus ongeveer 300000 km/s. Het apparaat zendt gedurende enige microseconden radiogolven uit. De radiogolven kaatsen terug tegen een rijdende auto en worden ten gevolge van het dopplereffect met verhoogde frequentie teruggekaatst.

Dopplereffect

Eerst worden de radiogolven door de auto opgevangen. De auto is dan een bewegende ‘waarnemer’ en vangt een verhoogde frequentie op. Daarna wordt die verhoogde frequentie teruggekaatst en werkt de auto als een bewegende bron.

Berekening

snelheidsmeting radar

Het apparaat meet in feite het verschil tussen de uitgezonden frequentie en de frequentie van de ‘echo’. Nadat het verschil tussen de uitgezonden en terugontvangen frequentie bepaald is, kan de snelheid van de auto berekend worden. Zie figuur hiernaast.

v = de snelheid van de auto, λ = de golflengte van de uitgezonden radargolven en c = de lichtsnelheid.