De regering en het kabinet

Wat is eigenlijk het verschil?

de regering Rutte, bordesfoto uit 2010

De regering

In de krant op of tv worden de woorden regering en kabinet vaak door elkaar gebruikt. Maar het is niet helemaal hetzelfde. De regering bestaat uit de Koning(in) plus de ministers, en het kabinet bestaat uit de ministers plus de staatssecretarissen.

De koning(in) zit dus niet in het kabinet, en staatssecretarissen zitten niet in de regering. De ministers maken deel uit van de ministerraad, waarvan de minister-president de voorzitter is.

De regering

In een indirecte democratie of representatieve democratie wordt niet alleen door de volksvertegenwoordigers beslist wat er gedaan moet worden. De beslissingen dienen ook uitgevoerd te worden. Dat uitvoeren gebeurt door een regering. De regering heeft het voor het zeggen en neemt dagelijks belangrijke beslissingen voor het land. De regering bestaat volgens de Grondwet uit de Koning(in) en de ministers. De ministers vormen samen de ministerraad.

Departement

Uitvoerende taken worden verricht door een ministerie, ook wel departement genoemd. Een minister staat aan het hoofd van een departement en is in principe verantwoordelijk voor het doen en laten van zijn ambtenaren. Een minister zonder portefeuille is een minister die een deelterrein van een departement beheert dat politiek is ‘opgewaardeerd’. Ontwikkelingssamenwerking, behorend tot het ministerie van Buitenlandse Zaken, is daar een voorbeeld van.

Ministers en staatssecretarissen

Een minister kan geholpen worden door staatssecretarissen. De staatssecretarissen maken geen deel van uit van de ministerraad. Zij hebben ook geen stemrecht in de raad, zelfs niet als zij de vergadering bijwonen omdat een onderwerp wordt behandeld dat tot hun portefeuille behoort. De staatssecretarissen vormen samen met de ministers het kabinet.

Het kabinet

Als lid van het kabinet is een minister medeverantwoordelijk voor de uitvoering van het regeerakkoord, dat tijdens de kabinetsformatie is gesloten. Dit is een min of meer gedetailleerd beleidsplan van het nieuwe kabinet. Het kabinet wordt gevormd op basis van de verkiezingsuitslag. De kabinetsformatie verloopt in enkele fasen die in tijd door elkaar heen kunnen lopen:

- De benoeming van een (in)formateur door de Koningin
- De beslissing welke partijen gaan meedoen en welke niet
- Het regeerakkoord wordt opgesteld
- De verschillende portefeuilles worden verdeeld
- De aanwijzing van de bewindslieden vindt plaats

Niet in het kabinet

Het kan dat niet de grootste partij of de grootste winnaar van de verkiezingen in het kabinet komt, maar een andere partij die de formatie heeft gewonnen. Een voorbeeld hiervan is de PvdA. Die kwam in 2003 niet in het kabinet, terwijl ze na de verkiezingen in 2003 wel de op één na grootste partij was.

Ministers mogen, behalve tijdens de duur van de kabinetsformatie, geen deel uitmaken van het parlement. Ze worden in het algemeen meer op basis van hun kennis van een bepaald beleidsterrein uitgekozen dan op grond van hun politieke ervaring, wat niet wil zeggen dat de politieke ervaring ontbreekt.

Verhouding met de Tweede Kamer

Tweede kamer

De kabinetsformatie is ook hét moment voor de Tweede Kamer om invloed uit te oefenen. De hoofdlijnen voor het beleid worden namelijk tijdens de formatie al uiteengezet in het regeerakkoord. De fractieleiders van de coalitiepartijen worden in deze periode regelmatig geraadpleegd. Tijdens een regeerperiode is de invloed van de Tweede Kamer betrekkelijk gering omdat dan het regeerakkoord wordt aangehouden.

Controle

Tijdens de regeerperiode controleert de Tweede Kamer de beslissingen van de ministers en kan ze zelfs wijzigen of ongedaan maken. De verhouding tussen regering en Tweede Kamer is een ingewikkelde, maar in essentie is het beginsel van de ministeriële verantwoordelijkheid bepalend. Dat houdt in dat iedere minister de plicht heeft om verantwoording af te leggen aan het parlement voor het beleid zoals hij dat uitvoerde en uitvoert. Hierbij hoort ook het voorgenomen beleid. Als er een conflict ontstaan en er is volgens (een meerderheid in) de Tweede Kamer op onvoldoende wijze verantwoording afgelegd, dan is die situatie vrijwel alleen nog op te lossen doordat de minister aftreedt en er een nieuwe minister komt. Soms treedt dan de gehele regering af en worden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven.

Vertrouwen

Het opzeggen van het vertrouwen in de minister is de meest gebruikte manier om een minister tot aftreden te dwingen. De ministeriële verantwoordelijkheid is eigenlijk uitgegroeid tot de vertrouwensregel: om aan te blijven hebben ministers het vertrouwen van (de meerderheid van) de Tweede Kamer nodig.