Als de vraag naar werk groter is dan het aanbod, is er sprake van werkloosheid. Er zijn verschillende soorten werkloosheid.
En niet alleen volwassenen kunnen werkloos worden: jeugdwerkloosheid is ook een probleem in Nederland.
Verschillende soorten
Er zijn verschillende soorten werkloosheid:
- Frictiewerkloosheid: werkloosheid die ontstaat bij het zoeken of wisselen van baan (korte periode);
- Seizoenwerkloosheid: werkloosheid van tijdelijke aard, veroorzaakt doordat er tijdens bepaalde seizoenen in een sector geen/minder werk is (bijvoorbeeld in de tuinbouw of in een strandtent);
- Conjuncturele werkloosheid: werkloosheid die ontstaat doordat mensen te weinig kopen, de vraag naar producten dus daalt en er daarom minder mensen nodig zijn om te werken.
- Structurele werkloosheid: doordat vraag en aanbod van arbeid structureel niet op elkaar aansluiten, ontstaat er werkloosheid (bijvoorbeeld door opleiding, automatisering).
Jeugdwerkloosheid
Veel jongeren hebben een bijbaan, of beginnen na hun school of opleiding aan hun eerste baan. Maar dat is niet altijd even makkelijk. Als het economisch minder gaat, vallen de eerste klappen vaak bij jongeren: ze worden ontslagen of kunnen niet aan werk komen. Dat heet jeugdwerkloosheid. Bij de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, waarbij 30 industrielanden zijn aangesloten) heerste de verwachting dat de jeugdwerkloosheid van de jaren ‘70 wel zou verdwijnen, als de babyboomers vergrijsden en ondertussen de jeugd beter opgeleid en geschoold zou zijn.
Meer kans op werkloosheid
Helaas blijken de problemen voor jongeren op de arbeidsmarkt niet verdwenen te zijn, terwijl er minder jongeren zijn en de jongeren beter opgeleid zijn. In alle landen lopen jongeren in het algemeen 2 tot 4 keer zoveel kans werkloos te worden als volwassenen. In tijden van economische crises zijn jongeren vaak de eersten die ontslagen worden. Onder jongeren van 15 tot 25 jaar is de werkloosheid in Nederland opgelopen van 8,7% in 2008 tot 11,2% in 2009.

