‘De Publieke Omroep is verantwoordelijk voor het op landelijk niveau verzorgen en verspreiden van een evenwichtige en kwalitatief hoogstaande programmering op het gebied van informatie, cultuur, educatie en amusement. De programmering moet bestemd zijn voor alle groepen van de Nederlandse bevolking.’
Zo staat het op de website van de rijksoverheid en is het ook vastgelegd in de mediawet. De overheid wil hiermee de onafhankelijkheid, veelzijdigheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de Nederlandse media beschermen en veiligstellen.
Het mediabeleid
Media kunnen een grote invloed hebben op het leven van mensen. Ze helpen hen bij het vormen van hun mening, bijvoorbeeld over politieke vraagstukken. Daarom streeft de overheid drie doelen na met haar mediabeleid. De Publieke Omroep dient zorg te dragen voor:
- onafhankelijke en betrouwbare informatie;
- verscheidenheid en vernieuwing, wat inhoudt dat juist ook uiteenlopende overtuigingen binnen de bevolking tot hun recht moeten komen en dat ook nieuwe ontwikkelingen moeten worden gevolgd;
- het bieden van een gedeeld referentiekader aan de gehele bevolking, dat wil zeggen voor iedereen een drager te zijn van de nationale identiteit.
Uniek
De Nederlandse (landelijke) Publieke Omroep is dan ook uniek in de wereld. De meeste landen hebben slechts 1 omroeporganisatie, zoals de BBC in Engeland. De verlangde veelzijdigheid en onafhankelijkheid van de omroep worden bereikt doordat de verschillende omroepverenigingen, zendgemachtigden en educatieve instellingen een plek hebben binnen de Publieke Omroep. Zo bestaan de AVRO, de Boeddhistische Omroep Stichting en de NTR: naast elkaar.
Het gaat om de inhoud
Op verzoek van de regering heeft een adviescollege een toekomstvisie voor de publieke omroep opgesteld. Het college heeft zich afgevraagd of voortaan alle publieke taken, zoals die hierboven zijn genoemd, zouden kunnen worden toevertrouwd aan de commerciële omroepen. In de conclusie wordt nadrukkelijk gesteld dat alleen een publieke omroep ‘een publiek ethos in de media zeker kan stellen’. Het college licht dit toe door erop te wijzen dat makers van radio- en televisieprogramma’s vooral bezig dienen te zijn met de inhoud en met kijkers en luisteraars. Commerciële omroepen kunnen dat niet, omdat zij afhankelijk zijn van de belangen van adverteerders en aandeelhouders. En zij hebben ook maar 1 doel: het maken van winst.
