HIV en aids worden vaak in 1 adem genoemd, alsof ze hetzelfde betekenen. Maar HIV is niet hetzelfde als aids.
Iemand met HIV hoeft niet per se aids te hebben. HIV is een virus dat je immuunsysteem verzwakt tot het bijna niks meer kunt: dan heb je aids.
Wat is HIV?
HIV is een afkorting van Human Immunodeficiency Virus. HIV is een virus dat je immuunsysteem aantast. Het virus dringt het afweersysteem van de mens binnen en geeft witte bloedcellen de opdracht om nieuwe virussen te maken. De cellen va het afweersysteem kunnen dan hun werk dus niet meer doen. Ons afweersysteem beschermt ons namelijk tegen bacteriën, virussen, infecties en ziektekiemen. Wie een slecht functionerend afweersysteem heeft, wordt sneller ziek en doet er langer over om weer beter te worden. Iemand die besmet is met HIV, wordt seropositief genoemd.
Wat is aids?
Aids is een afkorting van Acquired Immuno Deficiency Syndrom. Aids is eigenlijk een soort verzamelnaam voor allerlei ziektes die je krijgt wanneer je afweersysteem niet meer werkt. Aids is niet erfelijk, maar je hebt het opgelopen via een besmetting met HIV.
Wanneer wordt HIV aids?
HIV tast het immuunsysteem van je lichaam aan waardoor andere infecties en ziektes kunnen toeslaan. Is dat eenmaal gebeurd, dan kan je gezondheid snel verslechteren en ontwikkel je de ziekte aids. Om het stadium van HIV-infectie te bepalen, tellen artsen het aantal CD4-cellen van een patiënt. Deze witte bloedcellen zijn onderdeel van het afweersysteem. Een gezond iemand heeft doorgaans tussen de 500 en 1500 CD4-cellen per ml bloed. Als het aantal onder de 500 zakt, betekent dit dat het immuunsysteem aangetast is. Bij een score van onder de 200 neemt de kans op infectieziektes toe. Wie een score onder de 200 heeft, en bepaalde infecties heeft als gevolg van zijn verminderde weerstand, krijgt de diagnose aids.
Symptomen van aids
Verschillende symptomen kunnen er op wijzen dat je aids hebt: aanhoudende diarree en koorts, gewichtsafname, infecties, neurologische afwijkingen, huidtumoren.
Besmetting met HIV
Overdracht van HIV kan plaatsvinden door contact met geïnfecteerde lichaamsvloeistoffen. Je loopt meer risico om een infectie op te lopen als je uit een gebied komt waar HIV wijdverspreid is, drugs gebruikt, onbeschermd seksueel contact hebt of bloed krijgt via een bloedtransfusie dat niet vooraf op HIV is gecontroleerd. Een zwangere vrouw met HIV kan het virus ook overdragen op haar baby, dit wordt moeder-op-kindbesmetting genoemd.
HIV-positief/seropositief
HIV-positief of seropositief betekent dat er bij een aidstest antistoffen tegen HIV in je bloed zijn aangetroffen. Voor velen is het woord ‘seropositief’ verwarrend. Het begrip ‘positief’ doet denken aan een gunstige uitslag, terwijl seropositief juist betekent dat je niet ziek bent, maar dat je wel anderen kunt besmetten met het virus. Als je seropositief bent, hoef je niet direct ziek te worden. Het kan zelfs vele jaren duren voordat het immuunsysteem wordt aangetast.
Aidsremmers
Als je de ziekte aids ontwikkelt, dan groeit HIV in je bloed, terwijl je weerstandscellen afnemen. Aidsremmers zorgen ervoor dat de vermenigvuldiging van het virus in je lichaam wordt stopgezet en de hoeveelheid weerstandscellen gelijk blijft. Je blijft dus drager van het virus, maar de symptomen van aids verdwijnen en een snelle dood wordt voorkomen. Medicijnen tegen aids worden nooit afzonderlijk van elkaar gegeven, maar altijd in de vorm van een cocktail, een combinatie van verschillende medicijnen. Dat is nodig om de bijwerkingen van de middelen tegen te gaan en om te voorkomen dat het lichaam op termijn resistent wordt.
Voedsel
De aidsremmers moeten tweemaal per dag worden ingenomen, met voedsel. Aidsremmers werken alleen als de patiënt voldoende eet. Niet eten kan bovendien de bijwerkingen van bepaalde aidsmedicijnen verergeren, mensen kunnen zich hierdoor nog zieker gaan voelen. Aidsremmers slikken op een lege maag heeft geen zin. Dit is een groot probleem voor veel landen in Afrika waar voedsel schaars is en veel mensen HIV-geïnfecteerd zijn. Het Rode Kruis zorgt ervoor dat de mensen die de middelen krijgen ook voldoende te eten hebben want een goede behandeling van aids bestaat uit meer dan het verstrekken van medicijnen alleen.

