Vakbonden strijden voor de belangen van werknemers, zoals betere arbeidsomstandigheden of meer loon. Daar tegenover staan de werkgeversorganisaties die strijden voor de belangen van ondernemers. Samen maken zij afspraken over de arbeidsvoorwaarden. Deze worden vastgelegd in de CAO.
Werknemersorganisaties
Tijdens de industrialisatie in Nederland, aan het eind van de 19e eeuw, hadden arbeiders het erg slecht. Werkdagen van 16 uur, bedrijfsongevallen en ziekten, lage lonen en kinderarbeid. Tot 1872 was er in Nederland een coalitieverbod; arbeiders mochten zich niet organiseren. Toen dit werd opgeheven konden werknemers zich organiseren om betere arbeidsomstandigheden af te dwingen.
Dit deden zij door vakbonden op te richten. De vakbonden streden voor hogere lonen, kortere werktijden en de afschaffing van kinderarbeid. De vakbonden kregen al snel een grote aanhang en konden daardoor druk uitoefenen op de overheid.
Een vakbond vertegenwoordigt werknemers in een bepaalde branche, bijvoorbeeld het onderwijs. De vakbonden vormen samen vakcentrales. De grootste en meest invloedrijke vakcentrales in Nederland zijn het FNV en de CNV.
Werkgeversorganisaties
Niet alleen werknemers hebben zich georganiseerd. Ook werkgevers hebben hun eigen belangenorganisaties. Toen de vakbonden aan het begin van de 20e eeuw sterker werden, wilden ook werkgevers zich verenigen. Zij wilden niet dat de overheid zich te veel bemoeide met arbeidskwesties.
Een werkgeversvereniging behartigt de belangen van de aangesloten werkgevers tegenover de overheid en de werknemers. Een belangrijke activiteit van werkgeversorganisaties is het voeren van CAO-onderhandelingen. De VNO-NCW is de grootste werkgeversorganisatie in Nederland.
Harmonie of conflict?
Vakbonden en werkgeversorganisaties staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Toch hebben ze ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid: ze moeten er samen uit komen. Het maken van goede en duidelijke afspraken zorgt voor een goed lopende economie. Wanneer werkgevers en werknemers er samen niet uit komen kan dit leiden tot protestacties, stakingen of een dalende werkgelegenheid.
De verhouding tussen de werkgevers en werknemers in de onderhandelingen is afhankelijk van de opstelling van de vakcentrales. Deze opstelling is in te delen in modellen:
- Het harmoniemodel: partijen willen gezamenlijk oplossingen zoeken, ze zijn afhankelijk van elkaar.
- Het conflictmodel: de belangentegenstellingen tussen werknemers en werkgevers worden benadrukt. Er zal eerder actie worden gevoerd of worden gestaakt.
- Het poldermodel: in belang van de economie worden compromissen gesloten. Werknemers matigen hun eisen tegen beloften op andere punten van de werkgevers en de overheid.
CAO
De collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) is een contract waarin de arbeidsvoorwaarden voor een beroepssector zijn vastgelegd: salaris, vakantiedagen, overwerk en pensioen. De CAO komt tot stand na onderhandelingen tussen de werkgeversvereniging en de vakbond. Wanneer een akkoord is bereikt stemmen de leden van de vakbond over het resultaat. In een CAO staan alleen algemene arbeidsvoorwaarden die gelden voor alle werknemers binnen de sector. Een werkgever sluit met de werknemer ook een individuele arbeidsovereenkomst. Hierin staat bijvoorbeeld de hoogte van het beginsalaris. Wil jij een loonsverhoging? Dan moet je zelf in discussie met je baas.


