Tegenwoordig leven de mensen in Nederland gemiddeld langer dan ooit. Door betere levensomstandigheden en gezondheidszorg worden mensen steeds ouder. Bovendien krijgen mensen tegenwoordig minder kinderen: Nederland vergrijst.
Er ontstaat een bevolkingsopbouw waarin er steeds meer ouderen komen en steeds minder jongeren. Er is, zoals dat heet, sprake van ontgroening en vergrijzing. Dit heeft grote gevolgen voor de Nederlandse samenleving.
Vergrijzing in Nederland
Bij vergrijzing stijgt de gemiddelde leeftijd van de bevolking doordat het aandeel van ouderen in de bevolking toeneemt. De vergrijzing heeft verschillende oorzaken:
Stijging van de levensverwachting
Door betere levensomstandigheden, gezondheidszorg en medicijnen worden mensen steeds ouder.
Naoorlogse geboortegolf (babyboom)
Direct na de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland veel kinderen geboren. De oorlog was voorbij en mensen kregen weer vertrouwen in de toekomst. Mensen durfden weer kinderen te krijgen en gezinnen te vormen.
Daling van het geboortecijfer (ontgroening)
Er is sprake van ontgroening wanneer het aantal mensen jonger dan 19 jaar afneemt. Vanaf de jaren ’70 neemt het aantal geboorten in Nederland sterk af. Dit is een gevolg van de emancipatie van vrouwen en de opkomst van anticonceptiemiddelen zoals de pil en het condoom.
Leeftijdsopbouw Nederland
Hieronder zie je bevolkingspiramides met de opbouw van de Nederlandse bevolking in 1950 en 2009.
Een bevolkingspiramide geeft de verdeling van de bevolking over verschillende leeftijden weer. De leeftijden staan in het midden van de piramide. De staven links en rechts tonen het aantal mannen en vrouwen binnen iedere leeftijdscategorie. De onderkant van de grafiek geeft dus de jongeren weer, de bovenkant de ouderen.
Door de bevolkingspiramides met elkaar te vergelijken zijn de vergrijzing, ontgroening en naoorlogse geboortegolf goed te zien:
Vergrijzing:
Aan de bovenkant van de bevolkingspiramide zijn er tussen 1950 en 2009 veel mensen bijgekomen. De hoeveelheid ouderen is dus toegenomen.
Ontgroening:
De piramide van 2009 is aan de onderkant smaller dan die van 1950. Met name in de leeftijdscategorie 0-5 jaar is duidelijk te zien dat er steeds minder kinderen worden geboren.
Naoorlogse geboortegolf (babyboom):
In beide piramides is een piek te zien. In de piramide van 1950 ligt deze piek onderin de grafiek. De babyboom was in 1950 in volle gang, er werden veel kinderen geboren.
In de piramide van 2009 is te zien dat deze piek naar boven is opgeschoven. De mensen die geboren zijn tijdens de babyboom hebben de leeftijd van 60-63 jaar bereikt.
Gevolgen van vergrijzing
Tegenwoordig leven de mensen gemiddeld langer dan ooit. Botox, Viagra en anti-rimpelcrème kunnen de lichamelijke gevolgen van vergrijzing maskeren, maar niet de problemen waar de Nederlandse verzorgingsstaat voor komt te staan. In Nederland wordt de AOW van ouderen betaald door het werkende deel van de bevolking. Deze financieringsgrondslag staat onder druk nu ouderen een steeds grotere groep vormen en er steeds minder jongeren zijn. De komende jaren neemt het aantal ouderen in de bevolking alleen nog maar toe. De mensen die zijn geboren in de naoorlogse geboortegolf zullen de komende jaren de leeftijd van 65 bereiken, met pensioen gaan, en aanspraak maken op de AOW. Het toppunt van vergrijzing komt pas rond 2038 in zicht.
De AOW-leeftijd
De term ’vergrijzing’ roept het beeld op van zorgbehoevende bejaarden. Maar klopt dat beeld wel? Doordat de levensverwachting toeneemt, worden we gezonder oud en juist minder snel bejaard. Hierdoor zijn mensen in staat om langer actief te blijven binnen de samenleving. Dat maakt de pensioenleeftijd van 65, aan het eind van de negentiende eeuw ingevoerd, tot een merkwaardig overblijfsel uit vroegere tijden. Toen waren de meeste mensen op de leeftijd van 65 jaar daadwerkelijk oud en versleten. Rond 1920 behaalde maar 35% van de mensen de leeftijd van 65. De afgelopen 100 jaar is de kans om een hoge leeftijd te bereiken enorm toegenomen. Nu haalt meer dan 70% van de mensen de leeftijd van 65 jaar.
Binnen de politiek en vakbonden wordt er nu hevig gediscussieerd over het verhogen van de pensioensleeftijd van 65 naar 67 jaar. Dit moet ervoor zorgen dat de pensioenen en de AOW ook in de toekomst in stand kunnen blijven.
