Campagne van Amerikaanse presidentskandidaat

President worden is een hoop werk

Een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse presidentsverkiezingen is campagne voeren. Toch beginnen de campagnes pas echt wanneer duidelijk is geworden wie de 2 presidentskandidaten zijn.

De campagnes beginnen vaak pas in september, de verkiezingen zelf zijn in november. Dit betekent niet dat er in de tussentijd niets gebeurt. De kandidaten gebruiken de tijd tussen de voorverkiezingen en september om de tegenstander eens goed te bekijken. Wat zijn de zwakke punten? Waar moet rekening mee gehouden worden? En hoe kan de kandidaat hier zelf voordeel uit halen?

Medewerkers

Elke kandidaat heeft voor de campagne een eigen team van specialisten ingehuurd. Tekstschrijvers, media-specialisten, peilers en mensen die de locaties regelen. Ze zijn onmisbaar. Maar daaraan hebben ze niet genoeg. Vrijwilligers zijn ook heel erg belangrijk. Zij zijn het die in heel het land stickers uitdelen, ballonnen opblazen, muziek maken en mensen opbellen. Om deze mensen blij te houden, wordt elke winst daarom goed gevierd.

Massamedia

De massamedia (o.a. televisie, radio, internet en kranten) worden door de kandidaten veel gebruikt. Ze hebben het liefst dat ze aandacht krijgen zonder te hoeven betalen. Dat heet free publicity. Kranten en televisiezenders geven dat bijvoorbeeld door een verslag te maken van een bezoek van een kandidaat. Daarom worden bij elk evenement zo veel mogelijk media uitgenodigd.

Commercials

Maar toch besteden de kandidaten een hoop geld aan commercials. Daarin laten zij hun eigen standpunten, of juist de standpunten van de tegenstander zien. Hiermee hoopt de ene kandidaat de andere onderuit te kunnen halen. Zulke commercials kosten een hoop geld. In 1992 gaf de zittend president George Bush maar liefst 18,1 miljoen dollar uit aan televisiereclames.

Geld

Omdat campagne voeren veel geld kost, krijgen Obama (Democraat) en McCain (Republikein) elk 85 miljoen dollar van de federale overheid. Hiervoor moeten ze beloven dat ze geen gebruik zullen maken van ander donorgeld. En dat valt ze zwaar. Obama heeft een vermogen bijeen gehaald door donaties van 1,5 miljoen Amerikanen aan zijn campagnekas. In april was dat 272 miljoen dollar. McCain had toen 122 miljoen dollar weten te trekken. Daarom hoeven de kandidaten het geld niet te accepteren. Maar dan staan ze er wel helemaal alleen voor.