Een Joodse begrafenis is sober. De dode is altijd gekleed in eenvoudige witte katoenen kleding, zonder franje. Ook de kist is van eenvoudig, ruw hout. Hier over ligt een zwarte doek.
Dit gebeurt zo omdat volgens het Joodse geloof in de dood iedereen gelijk is. Er zijn dus geen overdadige begrafenissen in Joodse kring. Om toch iets van he verdriet te laten merken, brengen de familie en vrienden brengen de kist naar de begraafplaats. Hierbij scheurt de familie hun kleding een klein stukje in.
Begraven
Joodse doden worden altijd begraven en nooit gecremeerd. Zij vinden dat je niet zomaar iets mag vernietigen wat God heeft geschapen. Maar Joden geloven ook, dat zij eens weer levend zullen worden. Dat gebeurt in de tijd, dat er vrede in de wereld is gekomen. Die tijd wordt de Messiaanse tijd genoemd.
Gebed
De familie gooit drie scheppen aarde op de kist. Dan volgen de vrienden. Tot slot zeggen de kinderen van de overledene kaddiesj. Kaddiesj is een gebed ter ere van God en ter herinnering aan een dode. Samen met de vrienden gaat de familie naar huis. Daar zit de familie sjiw'a: zeven dagen worden ze verzorgd en getroost door de vrienden. Sjiw'a betekent zeven.
Snelheid
Joden begraven hun doden zo snel mogelijk. Begrafenissen mogen in Nederland pas 36 uur na het overlijden plaatsvinden.
