Opgroeien bij de hindoes

De plechtigheid van het heilige drievoudige koord

Vroeger waren kinderen wat eerder volwassen dan nu. Dat kun je in de godsdiensten goed zien. Kinderen zijn ongeveer dertien als ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag. Niet de ouders, maar de kinderen worden aangesproken, als ze iets verkeerds doen.

De kinderen moeten zich vanaf dan aan de godsdienstige richtlijnen houden. Er is voor hen een speciaal gebruik: de plechtigheid van het heilige drievoudige koord. Dit ritueel vindt plaats tussen het achtste en twaalfde levensjaar, voordat een kind volwassen is.

Beloftes
Het gebruik gaat als volgt. De jongen gaat tegenover de pandit (priester) zitten. Tussen hen in brandt een klein vuur in een metalen pot. Dat vuur heet havan. De jongen doet drie belangrijke beloftes. Hij belooft dat hij eerlijk zal zijn, sober zal leven en goed zal nadenken over zijn manier van leven. De pandit hangt een koord, gemaakt van drie draden, over de schouder van de jongen. De jongen is trots op zijn koord.

Leren
Nu begint zijn godsdienstige opvoeding. Hij is student en krijgt les in het hindoeïsme. De jongen moet zich vanaf nu ook aan de richtlijnen van het leven van een hindoe houden. Hij moet God aanbidden, zijn ouders respecteren, armen helpen en goed zijn voor alles wat leeft. In de Nederlandse situatie gaat het kind naar school voor algemene kennis. De ouders staan het kind bij in zijn godsdienstige vorming.