Freud en Jung

Twee schijnbare zielsverwanten

Psycholoog Sigmund Freud had tussen 1906 en 1911 intensief contact met zijn Zwitserse collega Carl Gustav Jung. Jung was ook een psychiater. Zijn werk vertoonde veel overeenkomsten met Freuds theorieën. Ze werkten nauw met elkaar samen en Freud zag Jung zelfs als zijn ‘opvolger’.

Over een aantal dingen verschilden ze echter van inzicht. Jung kon zich bijvoorbeeld niet vinden in Freuds nadruk op seksualiteit. Freud vond dromen een uiting van seksuele driften, maar Jung zag dromen meer als een creatieve uiting van ons onderbewuste. Dromen kunnen ons volgens Jung oplossingen laten zien. In sommige gevallen kunnen ze ons zelfs een blik in de toekomst geven, dacht hij.

Religie
Hij was het dan ook niet eens met Freuds psychoanalyse. In tegenstelling tot Freud zag Jung niet zozeer seks, maar religie als belangrijke menselijke drijfveer. Je persoonlijkheid wordt niet alleen gevormd door wie je zelf bent (persoonlijk bewustzijn). Juist datgene wat onderbewust aanwezig is in alle culturen (collectief onbewustzijn) draagt bij aan wie je bent.

Archetypes
Sommige dingen zijn volgens Jung in alle tijden en alle landen hetzelfde. Zowel voor de Indiaan als voor westerlingen. Dat noemt Jung archetypes. Bijvoorbeeld: de bron, de slang, de held en de draak. Deze beelden uit het collectieve onbewuste komen tijdens ons hele leven voor. Door ze een plek te geven vindt de zogenaamde individuatie plaats. Een soort zingeving aan het leven. Dat was Jungs belangrijkste streven in zijn werk.