Ontstaan van de Europese Unie

Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu

Vrijheidsbeeld van de Europese Unie die symbool staat voor de Europese eenwording

Na de Tweede Wereldoorlog wordt een voorzichtig begin gemaakt aan de wederopbouw van het continent Europa. De Marshallhulp uit de VS levert hieraan een belangrijke bijdrage. Daarbij wordt als voorwaarde gesteld dat de Europese landen meer moeten samenwerken. Het doel is vrede en welvaart.

Omdat Duitsland op dat moment nog steeds als een potentiële bedreiging van deze vrede gezien wordt is het zaak om Duitsland politiek en economisch in een hechte gemeenschap van Europese staten op te nemen. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, Robert Schuman, lanceert daarom het plan om “de totale Frans-Duitse productie van kolen en staal onder een gemeenschappelijke hoge autoriteit te plaatsen binnen een organisatie waaraan ook andere Europese landen kunnen deelnemen”.

EGKS
Er wordt gekozen voor de kolen- en staalindustrie omdat het een belangrijke leverancier van de oorlogsindustrie is. Op 18 april 1951 ondertekenen Frankrijk, de Duitse Bondsrepubliek, Italië, België, Nederland en Luxemburg het Verdrag voor de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Dit is het begin van de Europese samenwerking.

Mijlpalen in de Europese geschiedenis
De samenwerking in de huidige Europese Unie wordt vastgelegd in de vorm van verdragen. Deze verdragen vormen een soort ‘grondwet’. Wanneer er iets in deze ‘grondwet’ veranderd moet worden, gebeurt dit met het afsluiten van een nieuw verdrag. Het nieuwe verdrag wordt door de regeringsleiders of staatshoofden van de lidstaten ondertekend en moet daarna door de nationale regeringen worden erkend. In de verdragen staat met welke beleidsterreinen de Europese Unie zich mag bezig houden en hoe de besluitvorming geregeld is. Op basis van de verdragen worden er concrete wetten gemaakt. In de Europese geschiedenis is een aantal verdragen van groot belang geweest:

25 maart 1957: Verdragen van Rome
Onder druk van de Koude Oorlog proberen de zes oprichters van de EGKS verdere samenwerking te realiseren op het gebied van defensie en politieke unie, maar daarbij blijken nationale emoties toch een te sterke rol te spelen. Het enige dat lukt is samenwerking op het gebied van vreedzaam gebruik van kernenergie, vastgelegd in het Euratomverdrag. Nationale belangen blijken wel gebaat bij verdere economische samenwerking. Dit wordt vastgelegd in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Het doel is vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal tussen de deelnemende landen.

1985: het Akkoord van Schengen
Het Akkoord van Schengen, naar de naam van de Luxemburgse stad waar het akkoord werd voorbereid, werd in 1985 ondertekend. Het trad pas 10 jaar later in werking. Dit akkoord stelt de onderdanen van de EU-Lidstaten in staat binnen de Schengen-ruimte te reizen zonder aan politiecontroles onderworpen te zijn. Het Akkoord, dat in 1997 in het Verdrag van Amsterdam werd opgenomen, voorziet ook in een strengere controle aan de buitengrenzen van de EU. Hiernaast werd het visa- en asielbeleid geharmoniseerd en ontstond er een nauwere samenwerking tussen de gerechtelijke en politiediensten. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland behoren niet tot de Schengen-ruimte, IJsland en Noorwegen maken er wel deel van uit via de Noordelijke Paspoortunie.

17 februari 1986: De Europese Akte (Luxemburg)
Hierin is bepaald dat de interne markt op 1 januari 1993 moet zijn voltooid. Dit staat vermeld in het Verdrag van Rome.

Schema van drie pijlers waarop het bestuur van de Europese Unie rust

7 februari 1992: Verdrag van Maastricht
Dit verdrag wordt beschouwd als de meest ingrijpende hervorming van de Verdragen van Rome. De Europese Gemeenschap was voornamelijk op de economie gericht. Deze wordt nu omgevormd tot een Europese Unie, die op drie pijlers zal berusten.

17 juni 1997: Verdrag van Amsterdam (Verdrag voor Europa)

Daarin zijn onder andere de volgende afspraken gemaakt:

  • het Europees Parlement krijgt meer inspraak in de besluitvorming;
  • de Europese Unie gaat op meer terreinen gezamenlijk beleid voeren. Bijvoorbeeld bij milieu, justitie en bevordering van werkgelegenheid;
  • met het afsluiten van het Verdrag van Amsterdam is het startsein gegeven voor de uitbreiding van de Europese Unie.
Tijdlijn van begin van de Europese eenwording tot nu

26 februari 2001: Verdrag van Nice

Het verdrag van Nice is op 1 februari 2003 in werking getreden. Het had voornamelijk tot doel de instellingen te hervormen met het oog op een efficiënte werking van de Unie na de uitbreiding tot 25 lidstaten. Het Verdrag van Nice, het voormalige EU-Verdrag en het EG-Verdrag zijn samengevoegd in één versie.

Europese Grondwet
In 2004 sloten de Europese regeringsleiders een nieuw, grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie. Dit verdrag vatte de vorige verdragen samen en bood een oplossing om de Unie in de toekomst te kunnen besturen. Dat was nodig, omdat het steeds moeilijker werd om besluiten binnen de EU te nemen. Nu kan ieder land binnen de EU een voorstel tegenhouden. In dit nieuwe verdrag zou dit anders worden geregeld.

Referendum
Europese burgers mochten hierover stemmen in een referendum in 2005. Maar nadat burgers in Frankrijk en Nederland 'nee' stemden, leek de Europese Grondwet van het toneel te verdwijnen. De regeringen vreesden dat de burgers bang waren om ondergesneeuwd te raken in Europa. Het grondwettelijk verdrag werd daarop gewijzigd. Maar toch stemden burgers tijdens een referendum in Ierland weer tegen het verdrag.