Slaven hadden het zwaar

Hoe zag hun leven eruit?

tekening van huisslaven die een plantagedirecteur bedienen

Huisslaven bedienen een plantagedirecteur

Slaven werkten onder toezicht van een bastiaan (ook wel basya genoemd) en een blanke opzichter. De Bastiaan was ook een slaaf. Samen met de opzichter hadden zij de leiding over het werk. Als de andere slaven te langzaam werkten, werden ze bestraft met zweepslagen.

Het werk op de suikerplantages was het zwaarst. Dit omdat suikerriet snel bederft en men bij de verwerking afhankelijk was van eb en vloed. Een klein deel van de slaven had veel lichter werk. Zij werkten in de huishouding en werden voor de meest kleine werkzaamheden ingezet. Zij zorgden vooral voor aanzien van hun eigenaar.

Verboden
Het leven van slaven werd beheerst door verboden, die blanken hen oplegden. Slaven konden niet gaan en staan waar zij wilden. Het was de slaven bijvoorbeeld niet toegestaan om op een waardige manier afscheid te nemen van dierbare overledenen. Voor het sluiten van een huwelijk was de toestemming van de plantagedirecteur vereist. Deze werd doorgaans wel gegeven.

Straffen
Om de slaven de demotiveren om in opstand te komen of weg te lopen, werden ze voor het minste of geringste zwaar en wreed gestraft.

Goede behandeling
Niet alle slaven zullen slecht behandeld zijn door hun meesters. Slaveneigenaren hadden belang bij het goed behandelen van de slaven. Slaven kostten veel geld en moesten zwaar werk doen.