In het oostfront zat meer beweging dan het westfront. Het Russische leger was slecht uitgerust, er was een tekort aan geweren, kogels, kanonnen en granaten.
Er waren wel genoeg soldaten maar de mannen waren slecht getraind en misten goede legeraanvoerders.
Na een jaar strijd had het Russische leger al 4 miljoen soldaten verloren. De soldaten waren kanonnenvoer geworden voor het Duitse leger.
De enorme verliezen leidden tot felle kritiek op de Russische regering en de tsaar. In 1917 brak de Russische Revolutie uit en de nieuwe communistische regering begon onder leiding van Lenin vredesonderhandelingen met de Duitse regering.
De nieuwe communistische regering sloot vrede met Duitsland. Bij de vrede van Brest-Litovsk werd afgesproken dat Rusland een kwart van het grondgebied moest afstaan aan Duitsland.

