Eerste Wereldoorlog - Militarisme / bondgenoten

Duits oorlogsschip tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Niet alleen het nationalisme zorgde voor spanningen tussen de verschillende Europese landen. Ook militarisme en de wapenwedloop vergrootten de spanningen. Velen zagen de oorlog als een manier om te laten zien hoe sterk en machtig een land kon zijn.

Door de industrialisatie waren de legers sterker geworden. Moderne wapens als machinegeweren en granaten waren dodelijker dan de wapens van vroeger.

Samen sta je sterker. Dat begrepen de regeringen van de Europese landen ook. Daarom sloten zij bondgenootschappen met andere landen. In 1914 was Europa verdeeld in twee grote bondgenootschappen. Italië, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (de Centralen) beloofden elkaar militaire hulp als er een oorlog zou uitbreken.

Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland (de Geallieerden) zetten hun handtekeningen onder een vriendschapsverdrag en spraken af elkaar te helpen als één van de landen zou worden aangevallen.