De Amerikanen verloren de oorlog in Vietnam. Dat kwam voor een groot deel doordat dit de eerste oorlog was waarvan de beelden rechtstreeks op de televisie werden uitgezonden. De mensen in Amerika zagen de vreselijke beelden en keerden zich tegen de oorlog.
De strijd tegen het communisme was voor Amerika de ‘goede’ strijd. Dat dit ten koste ging van zo veel mensenlevens werd door de gruwelijke beelden voor alle Amerikanen zichtbaar. Napalmbombardementen maakten veel burgerslachtoffers. Napalm is een soort dikke, zeer brandbare benzine die door de Amerikanen werd gebruikt in brandbommen. De napalmbombardementen zorgen voor veel slachtoffers. Veel mensen hielden er afschuwelijke brandwonden aan over. Beelden van afschuwelijk verbrande vrouwen en kinderen gingen de hele wereld over.
Tet-offensief
Het Tet-offensief maakt nog meer Amerikanen afkerig van de oorlog. Voor het eerst konden mensen op televisie zien wat oorlogvoeren echt betekent: geen mooie verhalen over veroveringen, maar dode kinderen en gruwelijk verminkte gewonden.
Het napalmmeisje
De foto van Kim Phuc en haar broertje schokte miljoenen mensen. Het tempelcomplex waar zij zich schuilhield werd met napalm gebombardeerd. Door het vuur verbrandden al haar kleren en bleef de gloeiend hete napalm aan haar rug kleven. De fotograaf Nick Ut zag het en maakte deze foto. Kim werd wereldberoemd als het ‘napalmmeisje’. De foto werd een symbool voor de verschrikkingen van de oorlog.
My Lai
Op 16 maart 1968 richtten Amerikaanse soldaten een bloedbad aan in een dorpje waar zich Vietcong-strijders zouden bevinden. In werkelijkheid waren er voornamelijk vrouwen en kinderen. Zij werden door de Amerikaanse soldaten bijeengedreven en doodgeschoten. Ronald Haeberle maakte foto’s van het bloedbad. Deze werden onder andere in het blad Time geplaatst. Door het bekend worden van de gebeurtenissen in My Lai werden de protesten in Amerika tegen de oorlog nog heviger. My Lai werd een symbool voor wat veel mensen ‘een vuile oorlog’ noemden.
Soldaten als oorlogsmisdadigers
Soldaten die terugkeerden uit Vietnam hadden veel last van de anti-oorlogsstemming. Ze werden soms gezien als oorlogsmisdadigers. Er waren geen parades om de soldaten welkom te heten. Ze werden niet als helden ontvangen, zoals bijvoorbeeld na de Tweede Wereldoorlog. Veel veteranen raakten in een diepe depressie.
Protesten
In 1970 demonstreren boze veteranen voor het Capitool in Washington. ‘Breng onze broeders naar huis’ riepen ze. Hun medailles voor militaire moed en dapperheid gooien ze over de hekken. Een veteraan vertelt dat hij ook werd gevraagd mee te demonstreren: ‘Ik wilde niet dat er nog meer kameraden sneuvelden. Op een gegeven moment noemde iemand mij een ‘baby killer’ en spuugde mij in het gezicht. Ik draaide mij om en heb hem geslagen. Ik wilde er daarna niets meer mee te maken hebben.’


