De Vietnamoorlog

Strijd tegen het communisme

het Tet-offensief in de Vietnamoorlog

Het Tet-offensief in de Vietnamoorlog

De Vietnamoorlog was de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis en de eerste oorlog die de Verenigde Staten verloren.

Vietnam ligt in Zuidoost-Azië. Het land heette toen Indochina en was lange tijd een kolonie van Frankrijk. In 1940, na de Duitse inval in Frankrijk, moest Frankrijk zijn koloniën afstaan aan de bondgenoot van Duitsland, Japan. Na 1945 lukte het de Fransen niet meer om vaste voet in Indochina te krijgen. Op de Indochina-conferentie in Genève in 1954 werd Vietnam opgedeeld in een communistisch noorden en een op het westen georiënteerd zuiden.

Ho Chi Minh

De communist Ho Chi Minh werd president van Noord-Vietnam. In Zuid-Vietnam kwam een dictator aan de macht: Diem. Amerika steunde Diem. Veel mensen in Zuid-Vietnam vonden dat Diem moest verdwijnen en dat het land ook communistisch moest worden. De communistische Vietcong begon een guerrillaoorlog tegen de regering.

Containment

De Verenigde Staten besloten het zuiden van Vietnam militair en economisch te steunen. De Verenigde Staten waren bang dat meer landen communistisch zouden worden. In Oost-Europa had de Sovjet-Unie ervoor gezorgd dat er overal communistische leiders aan de macht waren. China was in 1949 communistisch geworden. De Amerikanen waren bang dat de rest van Azië ook communistisch zou worden. Die politiek noem je ‘containment-politiek’.

President Eisenhower zei in 1954: ‘Je hebt een rij dominostenen rechtop staan, je geeft de eerste een zetje en wat er met de laatste zal gebeuren weet je zeker en dat dat snel zal gaan ook.’ Als Zuid-Vietnam communistisch werd, zouden Laos en Cambodja volgen en daarna andere Aziatische landen. Dit werd de dominotheorie genoemd. De Amerikanen wilden dus hun invloed in Vietnam houden en er alles aan doen dat het zuiden niet in handen van de communisten viel.

Oorlog

President Johnson liet vanaf 1965 doelen in Noord-Vietnam bombarderen. Ook stuurde hij Amerikaanse troepen naar Zuid-Vietnam. Binnen 3 jaar waren er een half miljoen Amerikaanse soldaten in Vietnam om te vechten tegen de Vietcong.

Maar de Vietcong waren moeilijk te verslaan. Zij hadden de steun van de bevolking en kenden de jungle op hun duimpje. Bovendien waren de Amerikanen niet voorbereid op het overleven in de hitte. Steeds meer soldaten vonden dat de oorlog een hopeloze zaak was.

monument Vietnamoorlog

Monument met de namen van Amerikanen die sneuvelden tijdens de Vietnamoorlog

Nixon

In 1968 begonnen de Vietcong een enorme aanvalsoperatie: het Tet-offensief. De Amerikanen sloegen keihard terug. Amerika won deze strijd op militair gebied. Maar thuis hadden de Amerikanen gezien hoeveel Vietnamese burgers er op een gruwelijke manier waren omgekomen. Ze vroegen zich af waar deze oorlog eigenlijk goed voor was.
De opvolger van Johnson, Richard Nixon, begon met het terugtrekken van de troepen. In 1973 werd er een akkoord getekend. Het Amerikaanse leger trok zich volledig terug uit Vietnam. Er waren 58.226 Amerikanen omgekomen en naar schatting 3 miljoen Vietnamezen.