De Gouden Eeuw

Steenrijk door handel

Zakken met specerijen

De tijd vanaf het jaar 1600 tot 1700 noemen we de Gouden Eeuw. Het ging toen namelijk heel erg goed met ons land. Nederlanders dreven handel over de hele wereld en verdienden er enorm veel geld mee.

Nederland was al voor 1600 een echt handelsland. In heel Europa werden graan, stoffen, hout, kaas, wijn en olie verhandeld. Kooplieden verdienden er veel geld mee.

Handel

Maar ze konden nog meer verdienen als zij in het Verre Oosten specerijen gingen halen. Kaneel, nootmuskaat, foelie en peper maakten het eten lekker. En dat was nodig. Want alles smaakte hetzelfde en vaak een beetje bedorven omdat er nog geen ijskasten waren. Voor die specerijen hadden rijke Nederlanders heel veel geld over. Nu kun je peper voor een paar euro in de supermarkt kopen. Maar toen was het heel erg duur. Daar komt ons woord ‘peperduur’ dus vandaan!

VOC

replica VOC Schip

Replica van een VOC-schip

Het lukte bijna niemand om in zijn eentje die specerijen in te voeren. De reis was lang en duur en bovendien gevaarlijk. Daarom gingen handelaren samenwerken in compagnieën. Om nog meer winst te kunnen maken werd er besloten dat al die kleine compagnieën moesten gaan samenwerken in de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De VOC had zo’n 2000 schepen en 30.000 man personeel. De VOC verdiende veel geld. Later werd ook de West Indische Compagnie opgericht. Die haalde handelswaar uit Zuid-Amerika, zoals cacaobonen en suiker. En slaven uit Afrika.

De Republiek

Nederland heette sinds 1581 De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Ons land bestond uit 7 provincies: Holland, Gelre, Groningen, Friesland, Zeeland, Overijssel en Utrecht. Drenthe, Limburg en Brabant hoorden er officieel ook bij, maar alle beslissingen over die gebieden werden genomen door de 7 andere provincies.

Amsterdam

plattegrond Amsterdam tijdens de Gouden Eeuw

Amsterdam ten tijde van de Gouden Eeuw

Vaak moesten spullen uit het Middellandse zeegebied of het Midden-Oosten een tijdje worden opgeslagen. In Amsterdam werden grote pakhuizen gebouwd. Die lagen vol met graan, wijn, vis en specerijen. Amsterdam werd de grootste stapelmarkt van Europa. Handelaren uit heel Europa kwamen ernaartoe om spullen in te kopen.

Veel handelaren verhuisden naar Amsterdam. Amsterdam werd een echte wereldstad. De stad werd uitgebreid met nieuwe grachten: de Keizersgracht, de Prinsengracht en de Herengracht. Langs die grachten werden grote pakhuizen en huizen voor rijke kooplieden gebouwd. Die huizen staan er nu nog. Ze zijn van binnen en van buiten prachtig versierd.

Kunst

schilderij van Rembrandt

De kooplieden hadden heel veel geld te besteden. Ze lieten kunstenaars prachtige schilderijen maken: landschappen, portretten, zeegezichten en stillevens. Veel kunstenaars werkten graag voor de rijke burgers. Ze verdienden veel geld met het maken van portretten. Veel schilders uit die tijd, zoals Rembrandt, Vermeer en Frans Hals, zijn nu nog wereldberoemd.

Gouden Eeuw voor iedereen?

Omdat de zeventiende eeuw een gouden tijd was, spreken we van de Gouden Eeuw. Maar dat gold niet voor iedereen. Eigenlijk profiteerden alleen de handelaren en bestuurders ervan. Het grootste deel van het volk leefde gewoon als arme boer of havenarbeider en merkte niks van de gouden tijden. De verschillen tussen arm en rijk waren enorm.