St. Eustatius, de gouden rots

Vrijhaven bij de Nederlandse Antillen

In de loop van de jaren '70 van de 18e eeuw werd de Republiek speelbal in wat we tegenwoordig de 'internationale verhoudingen' noemen. De Westindische Compagnie had het eilandje St. Eustatius tot vrijhaven verklaard waar kooplieden uit alle landen handel mochten drijven. Maar oorlog maakte daar een eind aan.

Vooral kleine kustvaartuigen van de Engelse kolonisten, die sinds 1775 in opstand waren tegen het moederland, liepen de haven binnen. Ze ruilden hier tabak en indigo tegen scheepsbenodigdheden als zeildoek en touw, maar ook tegen oorlogsmateriaal.

Geweren en munitie in theekisten

Wel verboden de Staten-Generaal uitvoer van oorlogsmateriaal naar de opstandelingen, maar de kooplieden trokken zich er niets van aan. Zij verpakten geweren en munitie in theekisten en de opstandelingen konden gewoon hun voorraden aanvullen. Johannes de Graef, gouverneur van St. Eustatius, was de opstandelingen gunstig gezind. Er werd goed verdiend!

St. Eustatius

De haven van St. Eustatius

Amerika zelfstandig

Op 16 nov. 1776 (dus kort na de Onafhankelijkheidsverklaring) liep weer een 'Amerikaans' schip de haven binnen. Het voerde in de mast de vlag met de 13 'stars' en 'stripes'. Het schip vuurde saluutschoten af voor de Statenvlag die van het fort Oranje wapperde. De kanonnen beantwoordden de saluutschoten: voor het eerst was de Amerikaanse vlag begroet als symbool van een zelfstandige staat.

De Republiek vs. Engeland

De verhoudingen tussen de Republiek en Engeland werden er niet beter op en in december 1780 brak de vierde Engelse oorlog uit. De Republiek was het oorlogvoeren ontwend en stadhouder Willem V was als verantwoordelijke voor leger en vloot niet in staat iets te doen. Een tijdgenoot klaagde: "....dat de saken wilt en confuus werden behandeld om reden dat niemand tijden van oorlog hebbende beleefd, men daaromtrent onkundig was." Talrijke Nederlandse koopvaardijschepen waren tijdens het uitbreken van de vijandelijkheden op zee. Ze vormden een gemakkelijke prooi voor de Engelsen. Binnen 2 maanden konden zij een buit binnenhalen ter waarde van ongeveer 15 miljoen gulden.

De baai van St. Eustatius

De baai van St. Eustatius

Het einde van St. Eustatius

En St. Eustatius? Op 3 feb. 1781 overviel een Engelse vloot van meer dan 20 schepen de "Gouden rots". Gouverneur de Graef had de beschikking over 1 fregat en wist nog niet dat er oorlog was uitgebroken. Veel meer dan het eiland overgeven aan de Engelse admiraal Rodney en generaal Vaughan kon hij niet. Hij schreef: "Wel kennende de eer en menslievendheid van deze twee opperbevelhebbers beveelt de Gouverneur de stad en deszelfs inwoners aan derzelver genade en goedertierenheid."
De pakhuizen werden verwoest en aan de welvaart van St. Eustatius kwam een eind.