De grondwet van 1815 gaf Koning Willem I veel macht. Daar maakte hij dan ook dankbaar gebruik van. Door middel van Koninklijke Besluiten drukte Willem I zijn zin er gewoon door.
Wegen, kanalen en rails
Daarbij was het voor Willem I van groot belang dat de Staten Generaal de begroting van de overheidsuitgaven voor 10 jaar tegelijk goedkeurde. Zo konden er investeringen worden gedaan voor op de lange termijn. Vooral de modernisering van de infrastructuur werd aangepakt. Er kwamen bestrate wegen waar eeuwenlang alleen maar paden liepen die 's winters praktisch onbegaanbaar waren. Kanalen werden gegraven en ook de spoorwegen hadden de aandacht van de koning.
Veel weerstand
Lang niet altijd ging alles naar de wens van de koning. Al in 1831 stelde een zekere Willem Bake voor om een spoorverbinding aan te leggen tussen Amsterdam en het Duitse achterland. Van zijn plannen kwam niets terecht. Er was domweg geen belangstelling voor en uit Engeland overgewaaide verhalen over monsterlijke locomotieven die met hun vonkenregens de rieten daken van de boerderijen zouden bedreigen deden de rest.
Niet beter verging het een "spoorwegcommissie" die in 1836 door Willem I was ingesteld. Met een grote meerderheid (46 tegen 2 stemmen) verwierp de Tweede Kamer in 1838 de plannen. Het was al de zoveelste teleurstelling van de koning. Maar Willem I gaf niet op. Tijdens een bezoek aan Amsterdam beloofde hij: "Gij zult Uw spoorweg hebben. Ik sta er voor in." Hij hield woord en in een Koninklijk Besluit kondigde hij korte tijd later de aanleg aan van een spoorlijn tussen Amsterdam en Arnhem. Persoonlijk waarborgde de koning de rente van een lening van 9 miljoen gulden. Het werk kon beginnen.
De eerste spoorlijn geopend
Koning Willem I heeft de eerste trein op "zijn" spoorweg niet meer zien rijden. Dat gebeurde pas na zijn dood in 1843. Intussen had de particuliere Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij op 20 september 1839 de eerste spoorlijn in Nederland geopend: tussen Amsterdam en Haarlem. Dat lijntje werd al snel een groot succes!
