De patriottenrevolutie mislukt

De Fransen hielpen niet

Op 13 september 1787 trok een Pruisisch leger van ongeveer 26.000 man de Republiek binnen. Dat gebeurde met goedkeuring van Engeland. De Fransen, van wie men hulp had verwacht, hielden zich afzijdig.

De Pruisische opmars verliep snel. Overal gingen de patriotse soldaten ordeloos op de vlucht of trokken zich terug op Amsterdam, het patriotse bolwerk. Daar werd nog enige strijd geleverd met als gevolg dat daar nog enkele slachtoffers vielen. Op 10 oktober gaf de stad zich over.

Op de vlucht

Patriotten verlaten Utrecht

Paniek op het Neude in Utrecht bij het naderen van het Pruisische leger

Veel patriotten waren al voor de aankomst van de Pruisische troepen gevlucht. Achterblijvers werden door Oranjegezinden gearresteerd. Naar schatting gingen in het najaar van 1787 ongeveer 40.000 mensen op de vlucht. Velen naar de Oostenrijkse Nederlanden, vooral naar Brussel en Antwerpen in het tegenwoordige België.
Toen na enige tijd de vervolging in de Republiek bleek mee te vallen, keerden de meesten van hen in hun woonplaatsen terug. Ongeveer 700 patriotten werden bij verstek veroordeeld tot verbanning.

Frankrijk

De bestorming van de Bastille, de beruchte gevangenis in Parijs

In totaal bleven zo'n 4000 vluchtelingen in het buitenland. Ze kwamen vooral in Frankrijk terecht waar Koning Lodewijk XVI hen voor hun pro-Franse houding beloonde door hen als politiek vluchteling te erkennen en te zorgen voor financiële ondersteuning. Enkele rijke patriotten vestigden zich in Parijs waar ze in 1789 de Franse Revolutie meemaakten.