Door de grondwetswijziging van 1887 kregen meer Nederlanders kiesrecht. Hun aantal steeg van ongeveer 100.000 naar 350.000. Er waren bovendien nu meer kiezers in de kleine burgerij en de arbeidersklasse. Voorwaarde om te kunnen kiezen was nog steeds het bezitten van kentekenen van geschiktheid voor het kiesrecht. Bij die geschiktheid heeft de ontwikkeling van de krant een belangrijke rol gespeeld.
Afschaffing van het dagbladzegel
De opkomst van de moderne krant dateert van 1869. In dat jaar werd het dagbladzegel afgeschaft. Dat was een belasting, geheven op drukwerk in de vorm van een stempel. Het was ingevoerd in 1812 en het maakte drukwerk natuurlijk duurder. Ondanks het artikel over de vrijheid van drukpers in de grondwet van 1848 waren eerdere pogingen tot afschaffing mislukt.
Maar in 1869 was de tijd er rijp voor en verdween het zegelrecht. Daardoor werden kranten goedkoper en voor meer mensen bereikbaar. Dat blijkt wel uit de verkoopcijfers. Die verviervoudigden in korte tijd.
Karakter krant verandert
De afschaffing van het dagbladzegel was voor het spotblad Uilenspiegel reden om met een gratis extra-editie te komen.
Ook het karakter van de krant veranderde. Heel lang was het een mededelingenblad geweest vol feiten. Maar nu verschenen er ook artikelen en commentaren in. De opkomende politieke partijen zagen in de krant een prachtig middel tot staatkundige opvoeding en/of propaganda. Door feuilletons (afleveringen van een doorlopend verhaal) en sportrubrieken werd de krant aan het eind van de eeuw nog aantrekkelijker. Zo werd de krant op den duur dagelijks 'voedsel' voor de burger en handwerksman. De krant speelt tot op de dag van vandaag een belangrijke rol in de politieke meningsvorming van veel mensen.
