Heel lang was het niet duidelijk hoe hoog de toppen van de Himalaya waren. Behalve dan voor de inwoners van Nepal. Maar zij waren zo onder de indruk van deze berg dat zij haar vereerden en de heilige hellingen niet durfden te beklimmen.
Vanaf ongeveer 1800 waren de Engelsen druk bezig met het in kaart brengen van de Himalaya. Omdat ze Nepal niet in mochten, werd het meeste werk vanuit India gedaan. Want ook daar zijn op heldere dagen de besneeuwde toppen van de Himalaya te zien. Voor de Engelsen was dit heel belangrijk omdat ze bang waren voor invallen van vijanden uit het noorden. Vooral sir George Everest heeft veel werk verricht door uit te vinden hoe je zo goed mogelijk de hoogte van de toppen kunt meten. Daarnaast werden spionnen Nepal ingestuurd om het gebied in kaart te brengen.
Top XV
In 1849 werd een piek in het oosten van Nepal ontdekt, die de naam Top XV kreeg. Toen drie jaar later in 1852 de hoogte werd vastgesteld, stormde één van de landmeters het kantoor van zijn baas binnen. Enthousiast riep hij uit dat ze de hoogste berg van de wereld hadden ontdekt! Omdat het niet lukte de plaatselijke naam van de berg te vinden, werd Top XV naar George Everest genoemd: Mount Everest. Pas jaren later werd ontdekt dat de piek een oude boeddhistische naam had: Chomolungma. Dat kan op verschillende manieren worden vertaald: ‘Moedergodin van de Sneeuw’ of ‘Berg die zo hoog is dat geen enkele Vogel er overheen kan vliegen’. De berg wordt ook wel Sagarmatha (Godin van de Hemel) genoemd.
Mallory en Irvine
Na deze ‘ontdekking’ duurde het nog 100 jaar voordat de eerste mensen op de top van de Mount Everest stonden. Omdat niemand Nepal in mocht, probeerden bergbeklimmers vanuit Tibet via de noordkant de top te bereiken. Maar zonder succes. Misschien dat het George Mallory en Andrew Irvine in 1924 is gelukt. Mensen hebben gezien dat ze de top tot op enkele honderden meters hebben benaderd, maar toen verdwenen ze uit het zicht. Ze keerden nooit terug.
Hillary en Norgay
Vanaf 1950 gingen de grenzen in Nepal voor buitenlanders open. Al snel gingen de eerste klimexpedities van start. Sherpa’s speelden een belangrijke rol als gids, drager en klimmer. In die tijd duurden expedities maanden omdat er eerst een goede toegangsroute moest worden gevonden en alles door dragers moest worden meegenomen. In 1952 werd de zuidelijke route ontdekt, die nog steeds het meeste wordt gebruikt. De top werd toen net niet gehaald. In 1953 lukte het wel en bereikten Edmund Hillary en Sherpa Tenzing Norgay als eersten de top.
Khumbu ijsval
Wanneer je de Mount Everest wilt beklimmen start je in het Basiskamp op 5300 meter hoogte. De eerste hindernis, de Khumbu ijsval, is meteen ook de gevaarlijkste. De ijsval is een bevroren rivier vol spleten en schuivende ijstorens die onverwachts kunnen breken of omvallen. Door het warmer wordende klimaat is de ijsval nog gevaarlijker geworden. Klimmers zijn dan ook een groot deel van de tijd bezig om ladders en touwen vast te maken in de ijsval. De Khumbu ijsval moet je tijdens een expeditie wel zo'n vijf tot acht keer oversteken. Vanaf het Basiskamp ga je namelijk telkens op en neer naar de drie hoger gelegen kampen, die op ongeveer 6100, 6500 en 7300 meter hoogte liggen. Dit is belangrijk om je lichaam langzamerhand te laten wennen aan de grotere hoogtes. Als je voldoende gewend bent, kun je door naar kamp vier op 7900 meter. Wanneer je boven de 8000 meter komt begint de zogenoemde ‘zone des doods’. De lucht heeft hier zo weinig zuurstof dat je bijvoorbeeld geen eetlust meer hebt. Vanuit kamp vier wordt – als het weer goed is – een aanval gedaan op de top. De Hillarystep, net onder de top, is een zeer zwaar stuk waar veel mensen opgeven. Veel mensen denken dat als je de top bereikt, het moeilijkste achter de rug is. Maar dan moet eigenlijk het zwaarste nog komen: de afdaling.
Gevaarlijk
Sinds de succesvolle expeditie in 1953 is de top van de Mount Everest al door ruim 1200 mensen bereikt, toch is een beklimming niet ongevaarlijk. Er zijn heel veel stukken waarop je moet (ijs)klimmen en jezelf op de ijswanden moet optrekken. Er zijn bij de beklimming of afdaling al meer dan 150 mensen omgekomen door valpartijen, uitputting, slechte weersomstandigheden enzovoort. De grootste ramp was in 1996 toen acht mensen omkwamen net onder de top omkwamen in een storm.
Enkele bijzondere beklimmingen:
* In 1960 bereikt een Chinese expeditie voor het eerst via de noordkant de top.
* In 1975 bereikt de Japanse Junko Tabei als eerste vrouw de top.
* In 1978 bereiken Reinhold Messner en Peter Habeler de top zonder gebruik van zuurstofflessen.
* René de Bos is de eerste Nederlander die in 1990 de top bereikt. Bart Vos beweert dat hij al in 1984 op de top heeft gestaan. Er wordt getwijfeld aan zijn verhaal omdat hij geen bewijzen kan laten zien.
* De eerste Nederlandse vrouw, Katja Staartjes, bereikt de top in 1999.
* Sherpa Appa heeft tussen 1990 en 2008 maar liefst 18 keer op de top gestaan.
