Amsterdam

Het succesverhaal van een dorpje aan de Amstel

Onze hoofdstad ontstond rond het jaar 1000 op de plek waar de rivier de Amstel uitmondt in het IJ. Het land, dat toen nog Aemestelle genoemd werd, liep regelmatig onder water. Het was er niet heel veilig om te wonen.

De mensen die er woonden probeerden daar wat tegen te doen. Daarom bouwden ze rond 1200 dijken langs het IJ. En ze legden een dam aan in de rivier de Amstel. Het dorpje dat ontstond heette daarom Amstelredamme. Later veranderde de naam in Amsterdam.

De handel bloeit

Amsterdam groeide snel. Rond 1200 was er veel handel tussen het noorden van Duitsland en Vlaanderen. Dat gebeurde met schepen. Die schepen waren niet zo groot, en de Noordzee kon soms behoorlijk woest zijn. Daarom zeilden de zeelieden liever vanuit Duitsland de Zuiderzee op, in plaats van over de Noordzee te varen. Daarna zakten ze binnendoor, over de rivieren in Holland, zoals de Amstel, af naar Vlaanderen.

Maar omdat de Amsterdammers een dam in de rivier de Amstel hadden gebouwd, konden ze daar niet verder. De schippers moesten bij de dam hun handelsgoederen overladen in een ander schip aan de andere kant van de dam. Sommige goederen werden een tijdje opgeslagen in een pakhuis en soms al in Amsterdam verkocht aan handelaars. Die betaalden er een goede prijs voor en verkochten de goederen zelf weer door. Amsterdam werd een handelsstad.

Pakhuizen

Amsterdam in 1888

Amsterdam in 1888

In de zeventiende eeuw (1600 tot 1700) was Amsterdam de stapelmarkt van de wereld geworden. Er werden speciale pakhuizen gebouwd die er op dit moment vaak nog staan. Elk pakhuis had boven aan de gevel een hijsbalk waarmee de goederen naar boven werden gehesen.

Op palen

Herenhuizen in Amsterdam

De bodem in Amsterdam is erg drassig en nat. Dit komt omdat de stad dicht bij het water ligt. Ook is een deel van het land drooggemaakt. Veengrond en rivierklei zorgen ervoor dat bouwen erg moeilijk wordt. Om toch stevige huizen te kunnen bouwen, wordt er geheid. De palen onder de gebouwen zijn zo lang dat ze een stevige grondlaag bereiken.

De Grachtengordel

Binnenstad Amsterdam (foto: bmz.amsterdam.nl)

De handel bracht Amsterdam welvaart en voorspoed en de stad groeide razendsnel. De middeleeuwse stad, binnen de stadsmuren, werd veel te klein. Daarom werden in de zeventiende eeuw om de oude binnenstad nieuwe stadswijken aangelegd. In een halve cirkel liggen drie lange grachten naast elkaar. Van binnen naar buiten zijn dat de Herengracht, de Keizersgracht en de Prinsengracht.
Aan al die grachten werden nieuwe huizen gebouwd. Samen wordt het ook wel de grachtengordel genoemd. Rijke kooplieden lieten er prachtige herenhuizen met mooie gevels bouwen.

Centraal Station

Centraal station Amsterdam

Rond 1900 kreeg Amsterdam een groot station. Het is ontworpen door een van de beroemdste architecten uit die tijd: P.J.H.Cuypers. Het station staat precies op de plaats waar de rivier de Amstel in het IJ uitmondt.

Stadsuitbreiding

Rond 1920 werd de luchthaven Schiphol aangelegd, vlakbij Amsterdam. Omdat er hierdoor veel mensen in Amsterdam kwamen wonen, moesten er weer nieuwe wijken worden bijgebouwd. Dat gebeurt nog steeds. Ondertussen wonen er ruim 750.000 mensen in Amsterdam.