Aan het einde van de achttiende eeuw was Nederland een republiek en hadden edelen de macht. Zij bestuurden het land niet zelf, dat deed de stadhouder voor hen.
Willem V van Oranje-Nassau was een belangrijk stadhouder. Hij woonde in een kasteel en gedroeg zich als een koning. Maar op een bepaald moment waren de burgers het zat. Ze kwamen in opstand tegen de stadhouder.
Oorlog
Het ging niet zo goed met de Nederlanden in de tijd van stadhouder Willem V. Er was oorlog met Engeland. Omdat er Engelse oorlogschepen voor de kust lagen, konden de Nederlandse schepen de zee niet meer op. Hierdoor lag de handel helemaal stil en was er veel armoede en honger.
Patriotten
De burgers gaven stadhouder Willem V de schuld van alle ellende. Ze waren het zat dat al jarenlang dezelfde families die de macht hadden. Deze burgers noem je patriotten. Ze drukten pamfletten en verspreidden kranten, waardoor veel mensen zich ermee gingen bemoeien. In één van de pamfletten stond: "Stadhouders hebben de leiding van het leger, daarom hebben de burgers geen macht. Ze staan machteloos tegenover Willem V, de grote onderdrukker." Dit was geschreven door Joan Derk van der Capellen en noemde het “Aan het volk van Nederland”. Maar omdat hij het risico om opgepakt te worden te groot vond, zette hij zijn naam er niet onder. Ook verspreidde hij het pamflet alleen ´s nachts.
Vrijkorpsen
De patriotten kregen steeds meer steun. Ze legden geld bij elkaar en kochten geweren en uniformen. Omdat de stadhouder geen macht over ze heeft, noemen we deze legertjes vrijkorpsen. De patriotten kregen in een aantal steden de macht. Ze besloten dat de verjaardag van de stadhouder mag niet meer gevierd werd. Oranje kleding werd zelfs verboden en op het zingen van het Wilhelmus stond een straf.
De mensen die wel voor de stadhouder waren, werden woedend. Omdat een officier van een vrijkorps zich hierdoor bedreigd voelde, schoot hij op 4 april 1784 op de woedende oranjefans. Hierbij vielen er vier doden en werden veel mensen opgepakt.
Goejanverwellesluis
Door alle onrust voelde de stadhouder zich steeds minder veilig in Den Haag. Hij besloot om daarom met zijn gezin te verhuizen naar Nijmegen. Maar de vrouw van stadhouder Willem V, prinses Wilhelmina van Pruisen, legt zich er niet bij neer. Ze gaat met een paar koetsen terug naar den Haag om de boel weer recht te zetten. Dit gaat goed totdat ze bij het dorpje Goejanverwellesluis wordt aangehouden door een vrijkorps. Ze keert woedend keert ze terug naar Nijmegen en schrijft een brief aan haar broer, de koning van Pruisen. Hij stuurde een leger van maar liefst 20.000 soldaten. De patriotten konden hier niet tegen op en vluchtten naar Frankrijk.
Frankrijk
Ze hoefden niet lang in Frankrijk te blijven, want in 1795 viel een Frans leger Nederland binnen. Zij veroverden ons land. De stadhouder vluchtte en de patriotten konden weer terug komen.
