De mensen in het zuiden van koning Willems rijk, de Belgen, raken steeds meer ontevreden over de koning. Ze vinden dat koning Willem het noorden voortrekt.
Er wonen meer mensen in het zuiden dan in het noorden, maar toch hebben zij niet meer ministers in de regering. Ook moet het zuiden meebetalen aan de grote schulden van het noorden. En alle goede baantjes geeft koning Willem aan de mensen uit het noorden.
Frans spreken
Maar koning Willem luistert niet naar de Belgen. Ze horen nu bij Nederland en hij wil dat zijn rijk één land wordt. Daarom wil koning Willem iedereen dezelfde taal laten spreken: Nederlands. Maar dat valt helemaal verkeerd in het zuiden. Veel mensen spreken daar Frans.
Protestanten en katholieken
Het kost de Belgen grote moeite om zich Nederlander te voelen. In het noorden zijn de mensen protestants. De meeste mensen in het zuiden zijn katholiek. De verschillen zijn groot. De Belgen beginnen steeds onrustiger te worden, maar koning Willem is eigenwijs.
"Weg met de koning!"
En dan breken er in 1830 rellen uit in Brussel. "Weg met de koning! Weg met de Hollanders!" roepen de mensen op straat. De rellen slaan al snel over naar andere steden. koning Willem begrijpt er niets van. Maar die relschoppers moeten natuurlijk worden gestopt. Hij laat het leger ingrijpen.
Opstand
Er breekt een opstand uit. Koning Willem weet niet zo goed wat hij moet doen. Hij is besluiteloos. De Belgen weten wel precies wat ze willen: een eigen staat, met een eigen koning. Natuurlijk wil Willem dat niet. Hij zal en moet de opstand onderdrukken. Hij stuurt een leger van 12.000 soldaten naar België. En die hebben succes. Steeds meer opstandelingen worden verslagen en geven zich over.
Een eigen staat
Maar dan komen Engeland en Frankrijk voor de Belgen op. Ze willen dat koning Willem ophoudt. Ze drijgen in te grijpen als hij doorgaat. Koning Willem wil geen Europese oorlog. Hij moet zich terugtrekken uit het zuiden. De Belgen hebben gewonnen. Ze krijgen een eigen staat: België. Met aan het hoofd een nieuwe koning: koning Leopold I.
België
De Belgen winnen de opstand tegen koning Willem I. Ze krijgen een eigen staat: België. Aan het hoofd staat hun eigen koning: Koning Leopold I. Maar koning Willem kan niet tegen zijn verlies. Hij erkent België niet. Langs de Belgische grens houdt hij een leger paraat. Zeven jaar lang! Klaar om in te grijpen. Dat kost veel geld en dan is het geld op. De schatkist is leeg. Nederland is zo goed als failliet. Koning Willem kan niet anders dan toegeven. Hij erkent België.
Afstand van de troon
Koning Willem moet enorm teleurgesteld zijn geweest dat hij het nieuwe Nederland niet bij elkaar kan houden. Hij had welvaart willen brengen, maar Nederland was nu bijna failliet. Hij kon onmogelijk langer koning zijn.
In 1840 doet koning Willem I afstand van de troon. Zijn zoon, ook Willem, wordt de nieuwe koning: Koning Willem II.
